De vrouwelijke journalisten die verslag doen onder Poetins regime gaan door tot het bittere einde

woensdag, 8 april 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Julia Loktev volgt gedurende zo’n vier maanden het werk en leven van jonge vrouwelijke journalisten in Moskou voor My Undesirable Friends: Part I – Last Air in Moscow, een observatiedocumentaire van vijfeneenhalf uur die volgens recensent geen minuut te veel duurt. De film maakt intiem zichtbaar hoe de onafhankelijk verslaggevers van zender TV Rain (Dozjd) en een journaliste van Novaja Gazeta in aanloop naar en na de Russische inval in Oekraïne geconfronteerd worden met toenemende repressie en uiteindelijk gedwongen worden te vluchten.

De vrouwen waren al in november 2021 door het ministerie van Justitie als ‘buitenlandse agent’ bestempeld — een bestuurlijke stap bedoeld om hun werk te delegitimeren en inkomsten te blokkeren. Toen op 24 februari 2022 Poetin de grootschalige aanval op Oekraïne aankondigde, werd de reeds gespannen situatie onhoudbaar: nieuwe wetten verboodden het woord ‘oorlog’, verplichtten het gebruik van militaire bulletins en strafbaarden ‘het te schande maken van de strijdkrachten’. Binnen enkele weken werd kritische journalistiek vrijwel onmogelijk; TV Rain staakte op 4 maart 2022 zijn uitzendingen.

Loktevs camera (een iPhone) registreert geen sensationele verklaringen maar alledaagse handelingen en kleine, angstige momenten: overleg in een auto, wachten in de vrieskou voor politiebureaus, gesprekken in appartementen waarvan vermoed wordt dat er afluisterapparatuur hangt. Die kalme, observatieve stijl maakt de geleidelijke val van hoop invoelbaar: waar ooit ironische weerbaarheid mogelijk was — het label ‘inoagent’ werd aanvankelijk nog satirisch omarmd — rest na de inval vooral angst voor strafrechtelijke vervolging en langdurige opsluiting. Voorbeelden zijn aanwezig: een partner van een van de medewerkers krijgt tientallen jaren gevangenisstraf opgelegd op grond van aanklachten over hoogverraad en samenwerking met vijandige diensten; een andere journalist leeft in een lesbische relatie die in het juridisch klimaat van Rusland vanaf 2022 gevaarlijker is geworden.

De film schetst ook de geschiedenis en het ethos van TV Rain: opgericht in 2010 als jong en optimistisch kanaal door Natalja Sindejeva, later belangrijk geworden door liveverslaggeving van protesten en politieoptredens. De zender kreeg sinds 2011 structurele tegenwerking — van kabelverboden tot studioverliezen — maar bleef moedig verslag doen, soms live vanuit arrestantenbussen of rechtbankgangen. Na de sluiting vluchtten veel redacteuren naar het buitenland; onafhankelijke media als Echo Moskvy, Meduza en Novaja Gazeta zochten eveneens een nieuw bestaan in ballingschap. Pogingen om van Riga uit te werken liepen spaak toen Latviezen een licentie introkken; dankzij bemiddeling van de Nederlandse mediaproducent Derk Sauer kon TV Rain verhuizen naar Amsterdam en opnieuw een licentie krijgen.

Loktevs documentaire belicht ook de praktische en psychologische prijs van ballingschap: onzekere financiële situaties, niet-werkende Russische bankkaarten, taal- en cultuurbarrières en het stempel dat westerse publieksgroepen soms op alle Russen leggen. Deel II van de film, Exile, speelt in Istanbul — een van de weinige bestemmingen die nog vrij toegankelijk waren voor vluchtelingen na het uitbreken van de oorlog — en volgt de voortzetting van deze onzekere migratie.

Het centrale thema is minder het nieuwsfeit zelf dan het afbrokkelen van ruimte voor kritische berichtgeving onder een regime dat sinds Poetin’s terugkeer in 2012 systematisch oppositie en onafhankelijke media marginaliseerde. Loktevs intieme observaties tonen hoe liefde voor Moskou, vakmanschap en moed niet opwegen tegen een politiek systeem dat vrije pers effectief uitschakelt — en schetsen de persoonlijke tol die dat van journalisten eist.