De vrijdag overleden Paroolcolumnist Karin Spaink (1957-2026) had een bloedhekel aan hokjesdenken, ook in haar persoonlijk leven: 'Wat kan mij dat label schelen'
In dit artikel:
Karin Spaink (1957–2026), jarenlang columnist van Het Parool, is vrijdag overleden door euthanasie. Haar lichaam, aangetast door multiple sclerose die in 1986 werd vastgesteld en later verergerde na een hersenbloeding en een borstamputatie (borstkanker in 2006), gaf het uiteindelijk op; haar geest bleef volgens velen tot het einde scherp en kritisch. Spaink zei zelf dat ze het “18 jaar langer” had volgehouden dan ze ooit had gedacht en wilde haar zelfstandigheid niet prijsgeven.
Als chroniqueuse schreef ze ruim duizend columns voor Het Parool (van 1992 tot 2026), waarin ze niet alleen de lichamelijke beperkingen behandelde maar ook thema’s als privacy, feminisme, seksuele diversiteit en politieke zorgen aansneed. Haar boek Het strafbare lichaam (1992) legde de vinger op de zere plek van kwakzalverij en de gemakzuchtige opvatting dat fysieke ziekte vooral “tussen de oren” zit; ze stak de draak met termen als “kwakdenken” en “orenmaffia” en haalde die ooit zelfs demonstratief uit de kast tijdens ontvangsten. Haar eerste column ging over dierendag; haar laatste riep lezers op te gaan stemmen om het fascisme buiten de deur te houden.
Spaink groeide op in Weesp, als dochter van een postarbeider die door een ongeluk bij militaire dienst zware verwondingen opliep. De praktische veerkracht van haar vader — die ondanks beperkingen bleef klussen en werken — vormde een leidraad in haar eigen leven: doe de dingen op de manier die voor jou werkt. Na haar borstamputatie poseerde ze ontbloot voor Opzij, een bewuste breuk met de taboes rond het zieke lichaam.
Haar levensloop is veelzijdig: een lerarenopleiding Engels, sociologie aan de UvA, opleidingen tot programmeur, betrokkenheid bij de PSP/GroenLinks en werk als freelancejournalist en eindredacteur bij Follow the Money. Spaink verzette zich tegen etiketten, zowel politiek als op het vlak van seksualiteit — ze weigerde vast te zitten aan hokjes en maakte dat met pittige voorbeelden duidelijk.
Persoonlijk had ze een diepe band met Christiane Hardy, haar “hartsvriendin”; het stel trouwde in 2012 in een kort huwelijk van 173 dagen, nadat Hardy aan alvleesklierkanker leed en zelf voor een eigen levenseinde koos. Spaink beschreef hoe bijeenkomsten met vrienden in café Saarein en haar eigen wekelijkse borrel bij Brouwerij ’t IJ hielpen om rouw en verlies collectiever te dragen: praten over de dood maakte het minder iets wat ieder alleen moest afhandelen.
Als opinievormer en maatschappijkriticus liet Karin Spaink een breed spoor na: scherpzinnige columns, fel debat over medische en maatschappelijke denkbeelden en een persoonlijk voorbeeld van autonomie in het aangezicht van ziekte. Journalisten die haar kenden herinneren haar als iemand die bleef spreken, lachen en organiseren tot het einde.