De vooruitzichten voor de krimpende groep christelijke Palestijnen zijn dramatisch. Toch verliezen ze de hoop niet

donderdag, 8 januari 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De familie Nassar woont met hun boerderij Tent of Nations op een heuveltop zo'n tien kilometer ten zuiden van Bethlehem en staat symbool voor de krimpende christelijk-Palestijnse gemeenschap op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Oudste matriarch Meladeh Nassar (88), geboren in Jaffa vóór 1948, vertelt hoe het land van haar familie ooit een toevluchtsoord voor christelijke Palestijnen was; sinds 7 oktober 2023 verslechterde hun situatie dramatisch. De familie heeft negen kinderen en een groot aantal kleinkinderen, maar leeft steeds geïsoleerder doordat nederzettingen, barrières en nieuwe wegen hen omsingelen.

De toegang tot Bethlehem is bijna volledig dichtgeslibd: voor Palestijnen is er nog één overgebleven route via het dorp Nahalin; kolonisten gebruiken eigen wegen. Op de boerderij liggen rotsblokken en een Israëlische blokkade bij de ingang, en kolonisten plaatsten wooncontainers pal aan de grens van hun land. De familie meldt intimidatie en geweld: de zonen werden recentelijk aangevallen door Palestijnen die met kolonisten samenwerken, en vaker richten kolonisten en het leger zich tegen hen. In 2022 werden Daoud en Daher ernstig mishandeld maar konden vrijwilligers hen helpen door de aanval te filmen en in te grijpen.

Juridisch voert de familie al jaren een uitputtingsslag over eigendom. Toen in 2024 twee kolonistenwegen door hun grond werden aangelegd, sleepte de familie de zaak voor de rechter en kreeg gelijk; uitvoering en handhaving bleven echter uit. Landmetingen en administratieve procedures slepen zich voort, waardoor elke kleine overwinning weer teniet kan worden gedaan.

De Tent of Nations wil niet alleen hun grond behouden maar ook een plek van verzoening zijn. De Nassars weigeren de Palestijnen op te delen in ‘christenen’ en ‘moslims’ en zien hun geloof als motor van vreedzaam verzet: bidden, samenkomen en zorg voor het land zijn vormen van verzet. Vrijwilligers uit West-Europa — vaak christenen — voeren “beschermende aanwezigheid” uit: hun fysieke aanwezigheid vermindert de kans op geweld en maakt het mogelijk olijfbomen te snoeien en jonge aanplant water te geven. Op het land gebruiken ze platte daken en reservoirs om regenwater op te vangen; dat waterrisico en de dreiging van slooporders maken het dagelijkse leven onzeker.

De toestand van de Nassars weerspiegelt een bredere zorg onder Palestijnse christenen. Theoloog Yousef AlKhouri van het Bethlehem Bible College spreekt van een mogelijk verdwijnen van het christendom in Palestina binnen decennia en gebruikt de term “ecclesiocide” om de systematische erosie van christelijke gemeenschappen te beschrijven. Hij legt de schuld deels bij Israëlische bezettingspraktijken en deels bij internationale kerken die het zionistische narratief hebben geaccepteerd of zwijgen. AlKhouri was bij het opstellen van de tweede Kairos-verklaring, waarin christelijk zionisme wordt afgewezen en kerken wereldwijd worden opgeroepen tot solidariteit; het document promoot “creatief verzet” zonder geweld.

De praktische en morele keuze van de Nassars is volharding: ze planten nieuwe bomen als oude worden omgezaagd, houden de gemeenschap bijeen en proberen de jongere generatie aan te moedigen te blijven, ook al noemt die het leven in wat men een “openluchtgevangenis” noemt soms ondraaglijk. Elke zondag probeert de familie naar de Evangelisch-Lutherse kerk in Bethlehem te gaan — mits de slagbomen het toelaten — om er hun geloof en verantwoordelijkheid te herbevestigen. Hun verhaal toont hoe landverlies, juridische obstructies, dagelijkse intimidatie en demografische verandering samen bijdragen aan het langzaam uitkerven van een kleine minderheid binnen het grotere Palestijnse lijden.