De voedselcrisis door de Iran-oorlog wordt nog veel erger dan we denken
In dit artikel:
Het Wereldvoedselprogramma (WFP) waarschuwde in maart dat de sluiting van de Straat van Hormuz – een cruciale doorvoerroute waar ongeveer 20% van de wereldolie doorheen gaat – 45 miljoen extra mensen in acute honger zou duwen. Follow the Money analyseerde die voorspelling en sprak met experts; zij concluderen dat die schatting te optimistisch is en de echte impact veel groter kan zijn.
Wat er gebeurt: de blokkade duwt olie- en gasprijzen omhoog, wat direct de transport- en productiekosten van voedsel verhoogt en consumenten minder koopkracht geeft. Tegelijk raakt via Hormuz ongeveer een derde van de wereldwijde kunstmestvoorziening gebonden, wat leidt tot hogere prijzen en tekorten. Dat valt samen met het plantseizoen op het noordelijk halfrond, waardoor boeren dit jaar minder efficiënt kunnen bemesten en per hectare lagere opbrengsten dreigen. In landen als Marokko is dat al merkbaar: boeren kampen met te dure brandstof voor tractoren.
De ketenreacties zijn veelzijdig: landen met voorraadkracht kunnen exportbeperkingen of hamstergedrag instellen (als India na 2022), waardoor importafhankelijke landen nog minder toegang tot voedsel hebben. Daarbovenop voorspellen meteorologen een nieuwe, mogelijk zeer sterke El Niño — een weerfenomeen dat droogte en extreme regen geeft en in eerdere jaren tientallen miljoenen mensen trof. Al die schokken samen versterken elkaar en maken de situatie systemischer dan eerdere crises.
Waarom de WFP-schatting waarschijnlijk te laag is: het WFP-model nam in eerste instantie alleen de stijgende olieprijs mee. Jean-Martin Bauer (WFP) erkent dat het model beperkingen heeft en zegt dat het bedoeld was als eerste beeld van waar hulp nodig zal zijn. Wageningen-onderzoeker Bart de Steenhuijsen Piters waarschuwt dat het weglaten van factoren als kunstmesttekorten, klimaalschokken en handelspolitieke reacties de prognose veel te beperkt maakt; volgens hem zou de extra groep mensen met acute honger gemakkelijk in de honderden miljoenen kunnen lopen (hij noemt 100–200 miljoen als mogelijk scenario, maar benadrukt grote onzekerheid).
Cijfers en eerdere foutmarge: het WFP rekent dat er dit jaar in totaal ruim 363 miljoen mensen in acute honger verkeren (318 miljoen baseline plus 45 miljoen extra door Hormuz). Dat is het hoogste niveau deze eeuw. De voorgeschiedenis laat zien dat WFP‑projecties conservatief kunnen zijn: na de Russische inval in Oekraïne voorspelden ze in 2022 een toename van 47 miljoen; achteraf bleek de stijging 62 miljoen te zijn. Het WFP heeft geen realtime monitoringsysteem om de projecties snel te verifiëren; begin juni publiceerde het wel een update met aanwijzingen dat landen als Afghanistan en Sri Lanka al fors getroffen zijn (18,5 miljoen met honger; 3,6 miljoen extra door de oorlog in Iran).
Gevolgen en tijdsperspectief: de aangekondigde heropening van Hormuz verandert weinig aan de verwachte schade, omdat de olieprijzen al enkele maanden hoog zijn en de effecten doorwerken. Bauer waarschuwt dat vooral ontwikkelingslanden die sterk afhankelijk zijn van Perzische Golf‑kunstmest (zoals delen van Zuidelijk Afrika) weinig ruimte hebben om hogere prijzen te absorberen. Meteorologen en hulpverleners verwachten dat de zwaardere gevolgen pas duidelijk worden tegen eind 2026 en begin 2027: minder bemesting, misoogsten door droogte en een “slow burn” van stijgende voedselprijzen en groeiende voedselonzekerheid.
Kortom: de WFP‑waarschuwing van maart geeft een eerste alarmerend beeld, maar experts en aanvullende data suggereren dat de totale omvang van de voedselcrisis veel groter kan worden als kunstmesttekorten, exportrestricties en een mogelijk super El Niño meespelen. Voor beleidsmakers en hulporganisaties betekent dit dat sneller, breder en dieper monitoren en bijsturen noodzakelijk is om een wereldwijde humanitaire ramp te verhinderen.
De Oranjezomer: Victor Vlam over 'Alle witte mannen naar achteren'-oproep van Sophie Straat: 'Dit is discriminatie!'