De veranderende wereldorde trekt niet ongezien voorbij aan de Nederlander
In dit artikel:
Rob Jetten ligt begin 2026 onder vuur omdat hij opvallend vaak in het buitenland is, maar volgens dit essay is dat geen teken van afstand tot Nederland, eerder van politieke realiteit. De tekst plaatst zijn reizen in de context van een wereld waarin het Westen niet langer vanzelfsprekend het middelpunt is. Juist nu leiders als de Indiase premier Narendra Modi, de Turkse president Erdoğan en andere machtsblokken belangrijker worden, zou een Nederlandse premier niet kunnen volstaan met binnenlandse blikvernauwing.
De kern van het stuk is dat het idee dat Nederland zich “achter de dijken” kan terugtrekken, achterhaald en zelfs gemakzuchtig is. De auteur verbindt die reflex aan populistische politiek, die de wereld graag overzichtelijk en beheersbaar voorstelt. Tegelijk wijst hij op de veranderde internationale orde: Turkije is volgens het stuk beter voorbereid op een multipolaire wereld, en denker Amitav Acharya noemt de oude liberale wereldorde een illusie.
Ook wordt Monika Sie Dhian Ho aangehaald, die bij haar afscheid als Clingendael-directeur stelde dat mensen steeds meer behoefte hebben aan grip op mondiale ontwikkelingen en aan een gedeeld gevoel van “wij”. Haar boodschap: politiek leiderschap moet niet alleen individuele vrijheid benadrukken, maar ook gemeenschap en verbondenheid. Vanuit dat perspectief zijn Jettens buitenlandse optredens geen luxe, maar een manier om Nederland in een onrustiger wereld relevant te houden.
De Oranjezomer: Tom Coronel heilig overtuigd van toekomst Max Verstappen: 'Honderd procent!'