De uitbesteding van de grensbewaking maakt Spanje kwetsbaar voor politieke druk uit Marokko
In dit artikel:
De massale toestroom naar Ceuta, de Spaanse exclave aan de Noord-Afrikaanse kust, heeft in Spanje een politiek debat over migratie en grensbewaking losgemaakt. Op de eerste dag trokken ongeveer 72.000 mensen vanuit Marokko richting de grens. Daarbij kwamen volgens de berichtgeving tientallen mensen om het leven toen zij zwemmend langs het grenshek probeerden te komen; gevreesd wordt voor meer dan 150 doden en er zijn nog vermisten.
Rechtse Spaanse media en 22 EU-landen, onder leiding van de Italiaanse premier Giorgia Meloni, leggen de verantwoordelijkheid vooral bij de Spaanse premier Pedro Sánchez. Zijn recente regularisatie van migranten zou volgens hen een aantrekkingsfactor zijn geweest. Die verklaring wordt echter tegengesproken door de cijfers: tot eind juli kwamen dit jaar 17.000 irreguliere migranten Spanje binnen, 16 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Ook konden de mensen die Ceuta bereikten geen beroep doen op de regularisatie, omdat zij daarvoor al vóór 1 januari in Spanje moesten verblijven.
Volgens migratiedeskundigen Javier de Lucas en Blanca Garcés ligt de kern van de crisis elders: zonder medewerking van Marokko had de massale oversteek niet kunnen plaatsvinden. Migranten verklaarden dat Marokkaanse agenten hen naar de grens stuurden omdat die open was. Toen de Marokkaanse politie een dag later terugkeerde, werd de grens gesloten en stopte de toestroom abrupt. De deskundigen spreken daarom van politieke chantage.
De situatie toont volgens de analyse hoe kwetsbaar Spanje en de Europese Unie zijn doordat zij hun grensbewaking deels aan Marokko uitbesteden. Rabat ontvangt daarvoor tussen 2021 en 2027 ongeveer 500 miljoen euro van de EU, maar kan de grens poreus maken wanneer het politieke druk wil uitoefenen. Dat gebeurde eerder in mei 2021, toen circa 10.000 mensen Ceuta bereikten nadat Spanje de Polisario-leider Brahim Ghali medisch had behandeld.
De recente spanningen ontstonden nadat Sánchez de betrekkingen met Algerije aanhaalde, gascontracten sloot en de Spaanse nationaliteit toekende aan bepaalde Saharaanse burgers. Algerije steunt Polisario, terwijl Marokko de Westelijke Sahara als eigen grondgebied beschouwt. Eerder had Sánchez juist de Marokkaanse autonomieplannen voor de Westelijke Sahara gesteund, waarna het rond Ceuta en Melilla langere tijd rustig bleef.
De Marokkaanse koning Mohammed VI claimt bovendien beide Spaanse exclaves. Volgens het artikel vergroten zijn banden met Donald Trump en Benjamin Netanyahu de politieke druk op Sánchez. De Spaanse politie onderzoekt intussen een nieuwe geplande poging om Ceuta massaal binnen te komen, mogelijk op 15 augustus.
De Oranjezomer: Noa Vahle: 'Opvallend dat zij bijna niet genoemd worden als titelfavoriet voor de Eredivisie!'