De Tweede Kamer bespaart zichzelf een gênant hoger beroep in kwestie-Arib

donderdag, 18 juni 2026 (11:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Tussen voormalig Kamerlid en oud-voorzitter Khadija Arib (PvdA) en het bestuur van de Tweede Kamer is een schikking getroffen, zo maakte Kamervoorzitter Thom van Campen (VVD) bekend; de voorwaarden zijn geheim. Daarmee is een slepende zaak afgesloten die in september 2022 begon, toen het toenmalige presidium onder leiding van Vera Bergkamp (D66) een extern onderzoek liet uitvoeren naar vermeend wangedrag van Arib naar aanleiding van een anonieme brief.

Arib bracht het besluit aan het presidium juridisch aan de orde en verloor in eerste aanleg, waarna ze in beroep ging. Het hoger beroep zal niet plaatsvinden nu partijen zich hebben geschikt — mede ingegeven door een motie uit juni 2025 om de kwestie buiten de rechtsgang te regelen. De schikking voorkomt daarmee een openbaar proces dat, volgens betrokken journalisten en critici, veel nieuwe feiten had kunnen blootleggen.

Onderzoek van Follow the Money en publicaties in de loop van 2023 leverden ernstige bezwaren op tegen de gang van zaken rond het onderzoek. Op basis van strafdossiergegevens en verhoren rekenden onderzoekers af met het beeld van onafhankelijke besluitvorming: er zouden topambtenaren zijn die onderling hebben samengewerkt om Arib te beschadigen, een van hen zou hebben meegewerkt aan de anonieme brief en contacten hebben gehad met NRC over een vernietigend artikel vlak na de start van het onderzoek. Deze contacten en medewerking zijn niet aan het presidium gemeld, waardoor de zogenaamd onafhankelijke bevestiging van de klachten twijfelachtig bleek.

Daarnaast kwamen beschuldigingen naar voren over voormalig Kamervoorzitter Bergkamp: zij zou cruciale informatie voor de Rijksrecherche hebben achtergehouden, appberichten hebben gewist en tijdens een verhoor onjuiste verklaringen hebben gegeven. Die onthullingen leidden tot politieke verontwaardiging in de Kamer en roepen vragen op over de betrouwbaarheid van het proces dat tegen Arib werd gevoerd.

Een centraal geschilpunt was Aribs recht op hoor en wederhoor. Zij mocht het (geanonimiseerde) eindrapport slechts op één locatie inkijken en kreeg geen toegang tot de onderliggende gespreksverslagen en documenten. Volgens recente jurisprudentie (rechtbank Noord-Holland en Hof Den Haag) hoort een verdedigende partij juist wel inzage te krijgen in de gegevens die aan bevindingen ten grondslag liggen; anonimiteit moet waar mogelijk beperkt worden en toezeggingen aan geïnterviewden ontnemen niet automatisch het wettelijk inzagerecht. De auteur van het artikel vermoedt dat Arib in hoger beroep waarschijnlijk gelijk zou hebben gekregen.

De schikking beëindigt de rechtsgang maar laat veel vragen onbeantwoord: mag de griffier opdracht geven tot onderzoeken naar Kamerleden, waarom werd bureau Hoffmann gekozen, welke rol speelde de landsadvocaat, en hoe kan de Kamer voorkomen dat ambtelijke topleden het presidium manipuleren? Het akkoord spaart de Kamer een publiekelijk debat en gedetailleerde reconstructie van de tijdlijn waarin ambtenaren, pers en bestuur elkaar beïnvloedden — en daardoor blijven belangrijke tekortkomingen in de interne controle onopgelost.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Ben van der Burg en Victor Vlam in discussie: 'Dat is echt onzin!'