De tradwife keert zich tegen het feminisme met een romantisch beeld - maar dat beeld is politiek gemotiveerd en wordt gefinancierd door rechtse mannen
In dit artikel:
In Nederland groeit een beweging van jonge vrouwen die het klassieke huisvrouwenideaal verheerlijken — de zogeheten tradwives — en die op sociale media een idyllisch beeld tonen van moederschap, huishoudelijkheid en onderdanigheid. Voorbeelden variëren van een Nederlandse datingcoach die cursussen aanbiedt over het ‘overgeven aan mannelijk leiderschap’ tot influencers die met vintage-esthetiek en landelijke taferelen vrouwen verleiden terug te keren naar traditionele rollen.
De stroming is deels afkomstig uit de Verenigde Staten en vertoont sterke overeenkomsten met de mannelijke manosphere: online netwerken, podcasts, tijdschriften en evenementen die antifeministische ideeën normaliseren. Onderzoeker Eviane Leidig waarschuwt dat achter de lieflijke beelden vaak een reactionaire politieke agenda schuilgaat — inclusief het promoten van strikte gendernormen, demografische zorgen en de plicht tot moederschap. Op platforms als TikTok werd de hashtag #tradwife begin 2025 meer dan 175 miljoen keer bekeken; zulke algorithms leiden gebruikers snel naar gelijkgestemde content.
Politieke en financiële banden versterken de beweging. Amerikaanse conservatieve organisaties en donoren (onder wie kringen rond Trump en investeerders als Peter Thiel) ondersteunen tradwife-media en evenementen. In Nederland en Europa vinden die ideeën gehoor bij rechtse politici en influencers; spraakmakende episodes zijn onder meer Eva Vlaardingerbroeks toespraak op een FVD-congres (2019), en de aansluiting van sommige Europese rechtse leiders bij een anti-feministische retoriek.
De aantrekkingskracht is geen mysterie: veel jonge vrouwen lopen vast in de moderne tijd. Cijfers tonen hoge burn-outklachten en meer psychische problemen onder jonge vrouwen dan mannen, gecombineerd met druk op uiterlijk en carrière. Waar hedendaags feminisme vaak inzet op individuele empowerment binnen bestaande structuren, biedt de tradwife-beweging een eenvoudig antwoord: rust, duidelijkheid en een herkenbare identiteit. Dat maakt de boodschap verleidelijk, ook al rust die ‘rust’ op ongelijkheid en een politieke agenda die vrouwenrechten kan ondermijnen.
Historische voorbeelden, zoals Phyllis Schlafly in de VS, laten zien hoe succesvol antifeministische campagnes vrouwen konden mobiliseren tegen wettelijke gelijkstelling (STOP ERA in de jaren zeventig). De analyse van filosofen als Diana T. Meyers benadrukt dat sociale beloning voor zorgzaamheid en schoonheid traditionele identiteiten kan bestendigen en feminisme als bedreiging kan laten voelen.
De auteur waarschuwt dat zowel het romantische ideaal van huisvrouwelijkheid als het individualistische ‘girlboss’-feminisme illusies bieden: beide negeren systemische oorzaken van ongelijkheid. De voorgestelde tegenreactie is geen datingcoach die vrouwen leert mannen te volgen, maar een hernieuwd, systeemgericht feminisme dat instituties en arbeidsverhoudingen verandert zodat vrouwen daadwerkelijk keuzevrijheid en gelijkwaardigheid krijgen.