De toekomstige namenmuur van vernietigingskamp Treblinka is nu al omstreden
In dit artikel:
In Treblinka, diep in de Poolse dennenbossen, bouwt de overheid een nieuw museum en een controversiële muur met namen — en dat roept fel protest op bij veel historici. Museum Treblinka, dat direct onder het ministerie van Cultuur valt, presenteert het project als een poging de meer dan negenhonderdduizend vermoorde slachtoffers niet te laten vergeten. Kritische historici zien het echter als een instrument om een nationaal slachtoffernarratief te versterken en de rol van Poolse burgers bij de Holocaust te minimaliseren.
Treblinka was, na Auschwitz, het grootste massagraf van de nazi’s in bezet Polen; het vernietigingswerk vond plaats in vijf seizoenen tussen de zomer van 1942 en het najaar van 1943. Treinen uit joodse getto’s brachten daar dagelijks duizenden mannen, vrouwen en kinderen die direct bij aankomst werden beroofd, uitgekleed en vergast. Omdat de nazi’s het kamp zelf grotendeels uitwisten en er nauwelijks transportlijsten bestaan, blijft het precieze dodental onzeker — schattingen lopen rond 900.000 tot 925.000 of meer. De fysieke sporen van het misdrijf zijn beperkt: gebroken tegels en funderingsresten, vitrines met scherven en een monument uit 1964 op de open vlakte waar barakken en gaskamers hebben gestaan.
Juist die afwezigheid en onzekerheid noemt ern hoogleraar Joanna Michlic de kracht van Treblinka: het is een “massagraf zonder graven”, waarin de leegte deel van de herinnering is. Volgens haar en andere onderzoekers beschadigen nieuwe monumenten en een poging om de plaats te “vullen” die oorspronkelijke betekenis. De geplande namenmuur, waarvoor zo’n 120.000 namen worden verzameld, dekt slechts een fractie van de vermoorde mensen en zal onvermijdelijk onnauwkeurigheden en misplaatsingen bevatten: van veel slachtoffers is niet exact bekend waar of wanneer ze zijn omgekomen. Daardoor bestaat het risico dat mensen op de muur terechtkomen die elders of op andere momenten zijn omgekomen, of dat de muur een onnauwkeurig en selectief beeld van slachtofferschap produceert.
Behalve de namenmuur zijn op de site andere omstreden gedenktekens te vinden. Een steen vermeldt bijvoorbeeld Jedwabne als herkomstplaats van slachtoffers die in Treblinka zijn vergast, terwijl de overgrote meerderheid van de Joden uit Jedwabne al in juli 1941 door Poolse dorpsgenoten werd vermoord — een gebeurtenis die geen verband heeft met Treblinka. Ook staat er een plaquette voor Jan Maletka, een spoorwegmedewerker die volgens de plaquette water aan Joden in veewagons wilde geven en daarvoor werd gedood; historici betwijfelen echter of zijn dood zich precies zo heeft voorgedaan. Deze plaquettes dragen soms ook citaten en logo’s van door de staat gefinancierde instituties, zoals het Pilecki Instituut, die onderdeel zijn van een breder staatsproject rond herdenken.
Die bredere context is essentieel: sinds 2018 bestaat er in Polen wetgeving die het strafbaar maakt de Poolse staat in verband te brengen met de uitvoering van de Holocaust, en onder conservatieve regeringen is er een systematische inzet van staatsmiddelen om een narratief van collectief Pools lijden te promoten. Dat omvat financiering van instituten en tentoonstellingen die Poolse helden of slachtoffers naar voren brengen en kritische onderzoekers intimideren of juridisch aanvallen. De diplomatieke rel tussen Polen en Israël over een uitspraak van Yad Vashem illustreert ook hoe gevoelig de balans tussen feiten en nationaal imago blijft.
Sommige tekenen van toenadering zijn zichtbaar: het ministerie van Cultuur kondigde aan dat twee omstreden stenen, waaronder die met Jedwabne, verwijderd zullen worden. Museumdirecteur Edward Kopówka laat weten dat de namenmuur en de plaquette voor Maletka voorlopig blijven. Historici blijven echter terughoudend: zij waarschuwen dat het vullen van Treblinka met selectieve namen en nationale symbolen het vertrouwen van de Joodse gemeenschap en onderzoekers ondermijnt en afleidt van de historische werkelijkheid waarin veel Polen zowel slachtoffers als medeplichtigen waren.
De kern van de controverse draait om de vraag hoe een plaats als Treblinka het best te herdenken: als een plek die de leegte en het onvergelijkbare verlies bewaart, of als een plek die bevolkt wordt met namen en nationale verhalen die onvermijdelijk aspecten van de geschiedenis verdoezelen. Voor veel onderzoekers vereist eerlijke herdenking juist het respecteren van die leegte — accepteren dat niet elk slachtoffer identificeerbaar is en dat sommige waarheden ongemakkelijk blijven.