De strijd om landbouwgrond legt Nederland lam - 'de overheid schiet zichzelf in de voet'

donderdag, 5 februari 2026 (12:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) waarschuwt in het recente advies "Grond voor verbetering" dat het traditionele evenwicht tussen stad en platteland is verbroken. Waar vroeger steden werk en consumptie boden en het land voedsel en groen leverde, is de verdeling van Nederland zo verstoord dat belangrijke opgaven – woningbouw, natuurherstel, energielocaties, oefenterreinen voor defensie en verduurzaming van de landbouw – in strijd lijken te raken om dezelfde schaarse grond.

Drie hoofdoorzaken volgens de Rli

1) Te veel grond in landbouwhanden en te grote milieudruk
Hoewel slechts 17% van de bevolking in niet-stedelijk gebied woont, bestaat twee derde van Nederland uit agrarisch terrein. Die concentratie zorgt voor grote ecologische effecten: de landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer 90% van de ammoniakuitstoot, levert ruim de helft van de stikstofbelasting op natuur en is goed voor bijna de helft van de stikstof- en fosforbelasting in oppervlaktewateren; verder draagt de sector substantieel bij aan fijnstof en broeikasgassen. Biodiversiteit, waterkwaliteit en het terugdringen van schadelijke emissies blijven achter. Tegelijk is de landbouw economisch minder bepalend voor bestaansmogelijkheden op het platteland door schaalvergroting en automatisering; regionale werkgelegenheid komt steeds vaker uit zorg en dienstverlening.

2) Grond is te duur en vastgehouden als belegging
Agrarische grond is in Nederland ongeveer negen keer duurder dan het Europese gemiddelde en recent voor het eerst boven €100.000 per hectare uitgekomen. De vraag naar ruimte (1,65 miljoen woningen tot 2050, extra defensieterreinen, opslag voor duurzame energie) drijft de prijs verder op. Boeren houden grond vaak vast als pensioenvoorziening of omdat grond rechten zoals stikstof- en mestruimte bepaalt; fiscale regelingen en de verwachting dat prijzen nog stijgen versterken dat. Dit blokkeert aankoop door natuurorganisaties en belemmert transities naar meer duurzame of maatschappelijke landbouw. De Rli stelt voor om productielandbouw en maatschappelijke landbouw anders te positioneren en te financieren, zodat grondgebruik aansluit op maatschappelijke doelen.

3) Een terughoudende, gefragmenteerde overheid
De Rli verwijt overheden te weinig daadkracht en samenhang: ministeries, provincies en gemeenten hanteren vaak tegenstrijdige regels, er is te veel focus op vrijwillige afspraken met boeren en instrumenten zoals onteigening of kavelruil zijn in de praktijk uitgekleed. Het stoppersbeleid voor boeren levert beperkte resultaten op, vaak blijven grondbezit en daarmee milieuproblemen bestaan. De raad roept bestuurders op moediger te opereren — desnoods met gerichte onteigening of actieve inkoop van grond — omdat bij uitblijven van ingrijpen noodzakelijke maatschappelijke doelen niet gehaald kunnen worden.

Aanbevelingen en consequenties
De Rli pleit voor een actiever grondbeleid: heldere keuzes over welk deel van het land bedoeld is voor voedselproductie en welk deel voor natuur, energie en wonen; verbetering van fiscale en financiële prikkels; onderscheid tussen typen landbouw; en mogelijk een nationale grondbank of andere instrumenten om grond effectiever toe te wijzen. Zonder dergelijke ingrepen verwacht de Raad dat Nederland blijft vastlopen: wenselijke woningbouw, natuurherstel en een duurzame landbouw zijn onverenigbaar zolang grond als schaars en duur bezit blijft van partijen die er vooral economisch in beleggen.

Kort gezegd: er is geen gebrek aan hectares, maar de huidige eigendomspatronen, prijsmechanismen en politieke terughoudendheid maken effectieve herverdeling en transitie naar meer duurzame en multifunctionele inrichting van het land erg moeilijk.