De stoelendans onder stadsdeelbestuurders is in volle gang, maar waarom willen PRO, D66 en Halsema hier 'superambtenaren' van maken?
In dit artikel:
In Amsterdam is onrust ontstaan over de herverdeling van functies binnen de stadsdeelbesturen nadat de nieuwe coalitie van PRO Amsterdam (PvdA en GroenLinks samen) en D66 in het coalitieakkoord aankondigde het aantal stadsdeelbestuurders in vier van de acht stadsdelen terug te brengen van drie naar twee. De maatregel geldt voor Centrum, Zuid, Oost en West; in Zuidoost, Noord, Nieuw-West en Weesp blijven voorlopig drie bestuurders gehandhaafd. Officiële benoemingen worden dinsdag openbaar gemaakt, waardoor de afgelopen dagen een stevige stoelendans en veel speculatie rond individuele bestuurders ontstond.
De verandering leidt tot verontwaardiging onder (voormalige) politici en bestuurders in de stadsdelen. Tegenstanders waarschuwen dat twee bestuurders te weinig zijn om gebieden van circa 150.000 inwoners goed te besturen en vrezen dat de brugfunctie tussen bewoners en gemeentebestuur verzwakt wordt. Voorbeelden worden genoemd van stadsdelen die al ervaring hebben met twee bestuurders, zoals Zuid na het overlijden van bestuurder Bart Vink: afspraken moesten worden afgeschalwaar dossiers zwaarder werden en het bestuur kwetsbaarder. Ook zijn er zorgen dat de centrale stad — de Stopera — meer macht krijgt en dat de al beperkte lokale autonomie verder slinkt.
De keuze om te bezuinigen op het aantal bestuurders heeft meerdere motieven. De coalitie presenteert het ook als een herpositionering van stadsdeelbestuurders: minder politiek en meer uitvoering, met bestuurders die direct met ambtelijke leiding aan de slag gaan om problemen op te lossen. Daarnaast is het een signaal richting een ambtelijke organisatie die fors moet bezuinigen. Critici zien dit echter als een politiek besluit dat haaks staat op een eerdere raadsuitkomst: eind vorig jaar had de gemeenteraad, na een evaluatie, juist voor drie bestuurders per stadsdeel gekozen.
Politieke consequenties en spanningen spelen mee bij de invulling van de nieuwe samenstellingen. In Zuidoost leidt het ertoe dat Vayhishta Miskin (Bij1), die vier jaar geleden als vertegenwoordiger van een oppositiepartij een rol kreeg, mogelijk niet wordt herbenoemd; dat stuit op teleurstelling en lokt een lokale campagne om haar te behouden. PRO benadrukt dat ze de stadsdeelbesturen minder politiek wil laten functioneren en daarom geen politieke ruilen wil aangaan bij de samenstelling.
De aangekondigde verschuivingen hebben al veel namen opgeleverd in de wandelgangen, hoewel nog niets formeel is. Enkele verwachte mutaties (nog niet definitief): Amélie Strens (D66) blijft vermoedelijk voorzitter in Centrum en Nienke van Renssen (PRO) als bestuurder; Carolien de Heer keert mogelijk terug naar West; Emre Ünver zou van Nieuw-West naar Oost verhuizen als voorzitter; in Noord schuift mogelijk D66’er Yassmine El Ksaihi door naar het voorzitterschap terwijl PRO’ers zoals Ester Fabriek verhuizen binnen de stad; in Zuidoost lijkt Vincent de Kom (PRO) de voorzitter te worden, met mogelijk Tyas Bijlholt (D66) als collega; in Nieuw-West wordt Nazmi Türkkol genoemd voor een tweede termijn. In Weesp zijn de namen al bekend: Esther Overweter (PRO) als voorzitter, Gerben Hiemstra (D66) en Katinka Hilders (CDA) als medebestuurders.
Veel betrokkenen ervaren onzekerheid omdat de procedure formeel nog loopt en omdat het besluit naderhand gevolgen heeft voor mandaten, politieke verhoudingen en de vertegenwoordiging van lokale kiezers. De discussie raakt aan bredere thema’s in de Amsterdamse bestuurscultuur: de spanning tussen politiek-bestuurlijke autonomie van stadsdelen en centralisatie naar de gemeentelijke top, en de vraag of stadsdeelbestuurders vooral politiek mandaat moeten vertegenwoordigen of zich moeten richten op uitvoering en samenwerking met ambtenaren.