De Spaanse premier Sánchez is een van de weinigen die zich uitspreekt tegen Trump - met het risico op internationaal isolement
In dit artikel:
De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft zich in de afgelopen maanden stevig geprofileerd als Europese tegenpool van Donald Trump door consequent te kiezen voor het internationaal recht en een meer progressieve buitenlandse politiek. Sinds het begin van de Amerikaanse en Israëlische aanval op Iran verklaarde Madrid dat die oorlog illegaal is en weigerde Spanje de VS toestemming te geven om de Spaanse vliegbases in Rota en Morón te gebruiken voor bombardementen. Die weigering leidde tot scherpe woorden en dreigementen uit Washington, inclusief handelsdreigementen, maar Sánchez hield stand.
Naast het nee tegen de aanval op Iran sleepte Sánchez ook andere beslissingen door die hem van veel westerse bondgenoten distantiëren: Spanje erkende Palestina, sprak zich fel uit tegen de Amerikaanse ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro en weigerde de door de VS en sommige NAVO-partners geëiste defensie-uitgaven van vijf procent van het bbp. Madrid volstond voorlopig met een verhoging naar circa twee procent en wees erop dat een plotselinge, grote opwaardering van defensie paradoxaal genoeg Europa meer afhankelijk zou maken van Amerikaans oorlogstuig.
Op migratiegebied volgt Spanje een mildere koers dan veel andere EU-lidstaten. De regering ziet migratie als economische en maatschappelijke aanwinst en reguleerde recent zo'n half miljoen migranten. De Europese Centrale Bank wijst erop dat migratie een belangrijk drijfveer van de Spaanse groei is: ongeveer tachtig procent van de recente groei zou daaraan te danken zijn. Tegelijk wil Sánchez techbedrijven harder aanpakken: beperking van sociale media voor jongeren onder zestien en strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor platforms bij haatzaaiing.
De confrontatie met Trump leverde Madrid veel internationale aandacht op. De Spaanse premier wordt in progressieve kringen, media en bij sommige buitenlandse politici geprezen als een moreel kompas dat het internationaal recht consequent toepast — Sánchez zei kort na het begin van de oorlog: “Wij zeggen nee tegen het schenden van het internationaal recht dat ons allen beschermt.” Binnen de EU kreeg Spanje bij dreiging van Amerikaanse sancties steun van onder meer commissarissen en leiders als Emmanuel Macron en António Costa; aan de andere kant leidde zijn houding tot geïrriteerde reacties uit Washington en persoonlijke aanvallen van de Amerikaanse publieke ruimte.
Publieke opinie in Spanje staat grotendeels achter Sánchez: peilingen tonen lage waardering voor Trump en brede steun voor de beslissing om niet mee te werken aan de aanval op Iran. Internationaal vergroot zijn profiel de aantrekkingskracht op progressieve kiezers en partners (onder meer belangstelling van de Amerikaanse Democraat Gavin Newsom), maar het risico van isolatie blijft reëel — vooral als rechts-rechtse partijen bij de Spaanse parlementsverkiezingen van 2027 winst boeken. Dergelijke een verschuiving zou niet alleen Sánchez’ binnenlandse positie verzwakken, maar ook de Europese minderheid die zich openlijk tegen de campagne van Washington en Israël stelt, verdringen.
Sánchez’ strategie stelt een fundamentele vraag aan Europa: handhaven we uniforme standaarden voor internationaal recht en mensenrechten, of wisselen principes afhankelijk van geopolitieke allianties? Zijn koers toont dat het mogelijk is om tegen Amerikaanse druk in te gaan zonder onmiddellijke economische ineenstorting — maar de politieke kosten en de duurzaamheid van die koers blijven onzeker.