De SP zit op een doodlopende weg maar het is nog niet te laat

woensdag, 20 mei 2026 (08:23) - Joop

In dit artikel:

De SP staat na de elfde verkiezingsnederlaag op rij voor een existentiële keuze: doorgaan op de huidige koers en marginaal worden, of zich heroriënteren. Volgens Eric van Kaathoven (fractievoorzitter SP Gelderland, op persoonlijke titel) tonen buitenlandse en andere linkse successen aan welke weg werkt: vooroplopen in de strijd tegen klimaatverandering, fascisme en ongelijkheid, en solidair zijn met alle kwetsbaren — in plaats van meebuigen met zondebokpolitiek.

De neerwaartse spiraal begon volgens de auteur na het vertrek van Emile Roemer als partijleider. Waar de SP ooit structureel rond de vijftien Kamerzetels zat en in raad en provincie veel sterker was, is die basis sterk uitgehold: de partij is uit Europa verdwenen, heeft nog maar drie zetels in de Tweede Kamer en is in veel gemeenten gereduceerd tot één of twee raadszetels. De gemeenteraadsresultaten laten een dramatische terugval zien: van 440 zetels in 2014 naar 105 nu. Zonder koerswijziging zal de partij bij komende provinciale statenverkiezingen mogelijk verder ineenstuiken.

De interne oorzaak is een langdurige scheidslijn tussen twee stromingen. Een progressieve, principiële vleugel die solidariteit centraal stelt en niet schroomt onpopulaire standpunten in te nemen, tegenover een populistische, “links-conservatieve” vleugel die sterk luistert naar belemmerde wijkelectoraat en zich aanpast aan rechtse frames over migratie. Onder Jan Marijnissen en Emile Roemer waren die stromingen nog verenigbaar; onder Lillian Marijnissen bleek de populistische koers dominant te worden. Die koers leidde tot omstreden keuzes: steun aan een migratieplafond en zelfs de motie-Bente Becker (waar later spijt over werd geuit), lokaal verzet tegen extra vluchtelingenopvang en in één geval onderhandelingen met de PVV om samen een gemeente te besturen (Pekela). Zulke stappen hebben veel leden, actieve kernen en progressieve kiezers weggejaagd.

Van Kaathoven betoogt dat deze koers het ergste van twee werelden verenigt: ze ondermijnt solidariteit en verliest tegelijk de breedte van links. Kiezers die immigrantenvriendelijke of principieel linkse standpunten willen, stappen naar andere partijen; ontevreden kiezers die gevoelig zijn voor zondebokretoriek stemmen eerder (extreem-)rechts. Onderzoek en ervaring in andere landen tonen volgens hem aan dat meebuigen met xenofobe frames een verliezende strategie is.

Als contrast noemt hij hoe zusterpartijen en linkse bewegingen in het buitenland wél succes hadden: Die Linke herstelde zich nadat de Wagenknecht-scheuring het mogelijk maakte een helder, solidair links geluid te voeren; Britse Groenen en andere linkse stemmen (vermeld worden ook Mamdani, AOC en de Belgische PvdA) domineren het debat door concrete, radicaal linkse voorstellen te combineren met een consequente afwijzing van vreemdelingenhaat. Die partijen verleggen het publieke debat richting zaken als ongelijkheid, miljonairs, huisjesmelkers, klimaatrechtvaardigheid en het bestrijden van fascisme, en mobiliseren zo vooral jongeren en progressieve kiezers.

De schrijver roept de SP op die les ter harte te nemen: dump het links-conservatieve populisme, maak solidariteit niet selectief maar universeel, en gebruik elke spreekbuis om het debat naar links te trekken. Richt de pijlen op economische macht en klimaatvervuilers, bestrijd opkomend fascisme actief en neem een duidelijk standpunt in voor vluchtelingen en migranten — ook als dat in sommige kringen impopulair lijkt. Van Kaathoven waarschuwt tegen kop in het zand-politiek: sommige regionale partijleiders probeerden verliezen als relatief succes te verkopen, maar de uitval in traditionele bolwerken zoals Nijmegen zou juist alarm moeten slaan.

Kort gezegd: zonder terugkeer naar een consequente, niet-selectieve solidariteit en een strijdvaardige linkse agenda riskeert de SP verdere marginalisering. De auteur sluit met de stellige overtuiging dat heroriëntatie mogelijk is — en noodzakelijk — als de partij kiest voor principieel links beleid dat strijdt tegen ongelijkheid, klimaatcrisis en fascisme, in plaats van het adopteren van rechtse zondebokframes.