De sombere verhalen van de Zweedse Stig Dagerman zitten vol levenslust, grappen en onverwachte schoonheid

woensdag, 21 januari 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De Zweedse schrijver Stig Dagerman (1923–1954) blijft ook in 2026 actueel: recent verscheen een nieuwe, aangevulde editie van zijn verhalenbundel Natte sneeuw, waarin sombere maar urgente korte verhalen zijn verzameld. Dagermans naam circuleert al decennia in Nederland — zijn roman Het verbrande kind kent inmiddels herdrukken en eerder verschenen ook vertalingen zoals Bruiloftslied — en de schrijver ervaart omzwervingen in waardering, van een revival in de jaren tachtig dankzij onder anderen Jeroen Brouwers en J. Bernlef tot hernieuwde belangstelling nu.

Dagerman schrijft vooral over existentiële wanhoop, vervreemding en schaamte, en hij doet dat met een intense, emotioneel geladen stijl en een sterke verbeeldingskracht. Zijn teksten laten vaak beelden en metaforen achter die meer op gevoel dan op rationele uitleg werken; de lezer moet zelf invulling geven aan de associaties. Daardoor functioneren zijn korte verhalen beter dan zijn romans: de concentratie van emo­tie en sfeer werkt krachtiger in kortere vorm, zonder te verzanden in aanhoudende zwaarte.

Veel verhalen gaan over kinderen die hun seksualiteit ontdekken of geconfronteerd worden met de harde kanten van volwassenenleven. Dagerman toont groot mededogen voor deze jonge personages; hun naïviteit en ontroering contrasteren met de bitterheid van volwassenen. Andere verhalen behandelen volwassen thema’s als jaloezie, bedrog en heimwee, maar bevatten tegelijkertijd onverwachte humor, lichtheid en schoonheid. Enkele van de sterkste stukken in Natte sneeuw zijn de langere vertellingen — zoals het dronkemansverhaal Waar is mijn Noorse trui? en Mannen met karakter over een verboden liefde — maar ook korte, indringende werken als De boom van de gehangene en Een kind doden laten een diepe emotionele nasleep achter.

Een representatief verhaal, Bon soir, schetst hoe een verlegen vijftienjarige krantenbezorger een flirt afwijst en vervolgens bijna toegeeft aan een afstotelijke, oudere vrouw; de confrontatie met verlangen, weerzin en schaamte illustreert Dagermans voorkeur voor eenzaamheid en zijn soms wrange blik op geluk. De spanning tussen neiging en afkeer, en de subtiele verontrusting die daarvan overblijft, keert vaak terug in zijn oeuvre.

Dagermans eigen leven bood voldoende materiaal voor zijn thematiek: een jeugd bij grootouders na verwaarlozing door zijn moeder, en het trauma van de moord op zijn grootvader, vormden de voedingsbodem voor zijn schrijverschap. Tussen 1945 en 1949 produceerde hij veel werk en kreeg literaire erkenning, maar later stokte zijn creatie; in 1954 pleegde hij op 31‑jarige leeftijd zelfmoord. Die tragiek kleurt het lezen van zijn werk mee, maar ontneemt het geen literaire kracht: juist de combinatie van persoonlijke pijn en scherp waarnemingsvermogen maakt zijn verhalen intenser.

Kort gezegd: Natte sneeuw bevestigt waarom Dagerman nog gelezen moet worden — zijn korte vorm, potent geladen beelden en compassie voor kwetsbare personages geven zijn melancholie een blijvende urgentie. Voor moderne lezers biedt zijn werk zowel literaire verbeelding als een spiegel voor onbehagelijke, maar herkenbare menselijke angsten.