De slangenmens-kunsten van Mark Rutte hebben menig politicus van nu gevormd | Column Joost Oomen

vrijdag, 3 april 2026 (17:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In de biografie van Mark Rutte (Petra de Koning, 2020) wordt beschreven hoe de jonge staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs strategisch onderdanig opstelde toen hij het werk overnam van de vertrokken Annette Nijs en onder minister Maria van der Hoeven werkte. Op verzoek van Gerrit Zalm nam Rutte de functie op zich en koos hij ervoor zich klein te maken en veel over te laten aan de minister. Die houding leidde ertoe dat Van der Hoeven hem steeds meer taken toevertrouwde; door het opportunistisch aannemen van verantwoordelijkheid vergrootte Rutte zijn invloed en schopte hij het uiteindelijk tot minister-president, terwijl Van der Hoeven uit zicht raakte. Wat zijn daadwerkelijke onderwijsvisie in die periode was, blijft onduidelijk.

De auteur trekt deze dynami­ek door naar 2026 en ziet Rutte’s voorbeeld terug in hedendaagse politieke tactieken. Als voorbeeld wordt minister Sjoerdsma (Ontwikkelingssamenwerking) genoemd, die in korte tijd wisselde van positie over het hervatten van steun aan VN‑organisatie UNRWA — deels omdat dat in het coalitieakkoord stond en deels om parlementaire steun veilig te stellen. Zowel rechts als links bekritiseerden hem om onduidelijkheid over zijn inhoudelijke overtuiging; Sjoerdsma verdedigde zijn handelwijze als noodzakelijk om regeringsvoorstellen te kunnen realiseren.

De kernkritiek van de tekst is normatief: politiek is steeds meer hosselen geworden — gericht op tactiek en machtsspel in plaats van op visie en idealen. De schrijver is na bijna 25 jaar Rutte gefrustreerd over deze verschuiving en waarschuwt dat het poldermodel alleen goed werkt als betrokkenen wél echte ideeën en dromen voor het land hebben; zonder die richting drijven we volgens de auteur “nergens heen.”