De Russische oppositie nu? Dat zijn dappere eenlingen
In dit artikel:
In Rusland zijn veel tegenstemmen vrijwel verdwenen en ook emigranten die tegen het beleid van Kremlinvriendelijk willen stemmen zijn onderling verdeeld. Op 12 mei koos de 80‑jarige Nina Litvinova in haar flat bij metrostation Froenzenskaja in Moskou voor zelfdoding. In een achtergelaten briefje schreef ze dat het leven ondraaglijk was sinds Poetin Oekraïne binnenviel en onschuldigen werden gedood; ze schaamde zich en gaf op. Litvinova, specialist in zeester‑achtigen, was sinds de jaren zestig sporadisch betrokken bij dissidente activiteiten en hernam die inzet na 2000. Haar familie — onder wie broer Pavel, een 1968‑protester die naar de VS emigreerde — vermoedt dat haar dood geen toeval is en trekt parallellen met eerdere verdachte sterfgevallen in de familie.
De georganiseerde oppositie is grotendeels uit elkaar gevallen of tot zwijgen gebracht. Bekende namen als Aleksej Navalny, die in februari 2024 dodelijk werd vergiftigd volgens berichten, zijn niet langer operationeel; diens organisatie had corruptie binnen de macht blootgelegd. Exilpolitici zoals Michail Chodorkovski en Garry Kasparov werken met eigen netwerken en liggen vaak met elkaar in de clinch, waardoor het anti‑Poetin geluid verdeeld raakt. Binnen Rusland zelf zijn partijen die ooit oppositie vertegenwoordigden — van de liberaal‑democraten na Zjirinovski tot Jabloko en de communisten onder Zjoeganov — grotendeels gemarginaliseerd of collaboreren soms met het regime.
Veel resterende critici zijn eenlingen en vaak religieus ingesteld. Priesters als Aleksej Oeminsky, Ioann Koval en Ioann Boerdin werden in de afgelopen jaren uit Rusland gedreven en prediken nu in steden als Antalya en Parijs. Vladimir Kara‑Moerza keerde na gevangenschap en vergiftiging vrij bij een gevangenenruil in augustus 2024, maar als balling mist hij de invloed die hij als gevangene paradoxaal wél had. Sommigen zoeken troost in de Russische orthodoxie, vergelijkbaar met het pad van Solzjenitsyn na zijn ballingschap.
Repressie nam vanaf 2011 sterk toe, als reactie op de ‘kleurenrevoluties’ in de regio en massale binnenlandse protesten. Het Kremlin wendt fiscale druk, de kwalificatie als ‘buitenlandse agent’, gerechtelijke vervolgingen op twijfelachtige gronden, dwangarbeid en zelfs fysieke eliminatie toe om oppositie te breken. In april vond een harde inval plaats bij de dissidente Novaja Gazeta; onderzoeksjournalist Oleg Roldoegin werd gearresteerd. Mensenrechtenorganisatie Memorial — recent verboden en als ‘extremistisch’ bestempeld — registreert bijna 5.400 gevangenen in Rusland en de bezette Oekraïense gebieden. Veel bekende dissidenten blijven gevangen of ziek in strafkampen; de Nederlandse filmmaakster Jessica Gorter maakte een documentaire over de langdurig opgesloten onderzoeker Joeri Dmitriev, die niet wordt vrijgelaten.
Kortom: tegenstemmen bestaan nog, maar zijn versnipperd, onder zware druk of in ballingschap, terwijl het regime systematisch alle georganiseerde kritiek probeert te elimineren.