De Russen keren terug naar de Biënnale van Venetië en veroorzaken direct grote verdeeldheid
In dit artikel:
Rusland wil na afwezigheid opnieuw met een eigen paviljoen deelnemen aan de Biënnale van Venetië, wat internationaal voor felle tegenreacties zorgt. Waar in 2022 Russische deelname werd opgeschort en Moskou in 2024 zijn pand uitleende aan Bolivia, staat voor 2026 een performance gepland onder de titel De boom is geworteld in de lucht. Omdat Rusland een eigen paviljoen heeft, kan het formeel zelf beslissen over de invulling.
Een groep van ongeveer twintig Europese landen plus de Europese Commissie verzet zich echter, onder leiding van Oekraïne en ondersteund door onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland en Spanje. In een gezamenlijke brief waarschuwen ministers dat deelname tegen de achtergrond van sancties het risico met zich meebrengt dat Moskou het evenement gebruikt om legitimiteit en internationale aanvaarding te suggereren, zeker omdat sommige betrokken kunstenaars vermoedelijk banden hebben met de politieke elite. De Europese Commissie kondigde aan dat zij een subsidie van circa twee miljoen euro aan de Biënnale kan opschorten als Rusland meedoet.
Organisator La Biennale di Venezia, onder leiding van voorzitter Pietrangelo Buttafuoco, houdt vast aan openstelling: hij noemt de manifestatie dit jaar een "wapenstilstand" en waarschuwt dat uitsluiting neerkomt op censuur. Die keuze zet de onafhankelijke stichting lijnrecht tegenover besluiten en druk vanuit meerdere Europese regeringen.
In Rome speelt de kwestie politiek hoog. De Italiaanse minister van Cultuur, Alessandro Giuli, wil Rusland uitsluiten en onderzoekt of deelname in strijd is met internationale sancties. Hij oefent directe druk uit op Buttafuoco, ondanks het feit dat de stichting formeel onafhankelijk is van de regering die hem benoemde.
De zaak verdeelt ook de Italiaanse regering zelf: premier Giorgia Meloni steunt Oekraïne, terwijl vicepremier Matteo Salvini, met eerdere sympathieën voor Poetin, pleit voor openheid en waarschuwt dat uitsluiting contraproductief zou zijn. De uitkomst is nog ongewis, maar de controverse legt het spanningsveld bloot tussen culturele autonomie, solidariteit met Oekraïne en de geopolitieke consequenties van internationale culturele platforms.