De reiziger staat in de kou, het spoor rot weg: ProRail krijgt miljoenenstraf na historisch wanbeleid

zondag, 24 mei 2026 (09:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

ProRail is door de overheid beboet wegens een recordjaar aan storingen op het Nederlandse spoor: staatssecretaris Bertram maakte in een Kamerbrief bekend dat het netwerk in 2025 werd getroffen door 586 grote storingen. Dat aantal overschreed ruimschoots de door ProRail zelf afgesproken bovengrens van 520 incidenten; in 2024 bleef het nog net onder die grens met 507 storingen. De boete bedraagt 2,75 miljoen euro.

De storingen betroffen vooral klassieke technische problemen: seinstoringen, kapotte wissels en gebrekkige bovenleidingen, die leiden tot massale vertragingen en gestrande reizigers op perrons. Hoewel ProRail wijst op factoren waarop het “niet direct invloed” zou hebben — zoals koperdiefstal, aanrijdingen en voertuigen op het spoor — concludeert het ministerie en de krant dat het merendeel van de problemen voortkomt uit achterstallig onderhoud, te weinig materieel en een tekort aan gekwalificeerd personeel. Eerder meldde voormalig staatssecretaris Aartsen al dat de technische betrouwbaarheid van het spoornet in vrije val was.

ProRail erkent de ernst en noemt de verstoorde onderhoudsmarkt als belangrijke oorzaak; een woordvoerder vertelde aan de NOS dat er inmiddels “constructieve gesprekken” met het ministerie lopen om het aantal storingen terug te dringen. Kritiek uit het artikel richt zich echter op de effectiviteit van zulke gesprekken en op de symbolische aard van de boete: omdat zowel ProRail als het ministerie overheidsorganisaties zijn, wordt de straf gezien als een simpele boekhoudkundige verschuiving van overheidsgeld zonder structurele oplossing.

Ook regionale spoorlijnen kampen al langere tijd met lage betrouwbaarheid en veel vertragingen, maar daarvoor is ProRail volgens het kabinet minder hard aangepakt omdat problemen soms door internationale vertragingen zouden worden veroorzaakt. Over de NS is staatssecretaris Bertram opvallend positief: die vervoerder zou vaak genoeg op tijd rijden en relatief acceptabele zitplaatskansen bieden, al blijft ook daar ruimte voor verbetering.

Voor forensen en reizigers betekent de situatie dat dagelijkse verplaatsingen onbetrouwbaar zijn en dat vertrouwen in de infrastructuur daalt. De kernvraag die de zaak oproept is minder eenzijdig juridisch: zonder substantiële investeringen in personeel, materiaal en een beter georganiseerd onderhoudsbeleid blijven boetes en gesprekken onvoldoende om het spoor betrouwbaar te maken.