De regering-Trump rekt het begrip 'terrorisme' op, om een autoritaire staat uit te rollen
In dit artikel:
Op 22 september 2025 nam president Donald Trump een presidentieel decreet waarmee hij “antifa” bestempelde als binnenlandse terroristische organisatie — een stap die aanvankelijk vooral symbolisch werd genoemd, maar die zich snel ontvouwde tot het begin van een bredere strategie om politieke tegenstanders te criminaliseren. Juristen wezen erop dat de Amerikaanse wet geen heldere procedure kent om binnenlandse groeperingen formeel als terroristisch aan te merken, maar de administratie gebruikte het decreet als kapstok om snel nieuwe bevoegdheden en definities uit te rollen.
Drie dagen later vernam de overheid verdere concretisering via National Security Presidential Memorandum-7 (25 september 2025). Daarin werd het ministerie van Justitie en veiligheids- en inlichtingendiensten opgedragen antifascistische bewegingen en zogenaamd “binnenlands terrorisme” tot topprioriteit te maken. Het document schildert een beeld van een professioneel georganiseerde linkse dreiging die geweld, intimidatie en ondermijning van democratische instituties zou orkestreren. Tegelijk liet het decreet ICE (immigratiedienst) expliciet toe in dit kader, wat de dienst ruimte gaf voor grootschalige razzia’s en hardhandig optreden.
In de maanden daarna werd het begrip “binnenlands terrorisme” stelselmatig opgerekt. Minister van Justitie Pam Bondi en andere topfunctionarissen breidden de lijst met gedrag en ideeën die onder dat label kunnen vallen uit: van geweld en grootschalige verstoring tot vormen van protest, doxing, het filmen en volgen van ICE-operaties, vernieling, betreden van verboden terrein en zelfs het uiten van anti-Amerikaanse, antikapitalistische of antichristelijke opvattingen. Die juridische en semantische verbreding maakte het mogelijk niet alleen individuen maar ook ngo’s, donoren en grassroots-netwerken als bedreiging te behandelen. Namen die gelekt werden naar de pers waren onder meer de Open Society Foundations, ActBlue, Reid Hoffman, Indivisible, Tides, en groepen als IfNotNow en Jewish Voice for Peace.
De nieuwe criteria hadden concrete, vaak dodelijke consequenties. Verschillende confrontaties met ICE leidden tot schietincidenten waarbij betrokkenen zoals Marimar Martinez, Renee Good en Alex Pretti omkwamen; autoriteiten bestempelden hen publiekelijk als “binnenlandse terroristen”, waarmee de schijn van gerechtvaardigd geweld werd versterkt. Activisten die agenten filmden of probeerden te hinderen, werden routinematig als bedreiging aangemerkt en geïnventariseerd.
Onderzoeksjournalistiek onthulde dat opsporingsdiensten geheime watchlists en databanken met namen van demonstranten samenstellen — lijsten met codenamen als Bluekey, Grapevine, Hummingbird en Sparta. Met behulp van geavanceerde technologieën en AI-leveranciers zoals Palantir worden telefoongegevens, kentekens, adressen en andere bronnen gekoppeld om netwerken te analyseren en individuen te lokaliseren. Ook werden nieuwe categorieën van “extremisme” bedacht (bijvoorbeeld ‘aggressive demonstrators’ en diverse identiteitsgebonden labels), die eerder brede surveillance en infiltratie rechtvaardigen dan zuiver strafrechtelijk ingrijpen.
Beleidsadviseurs en ideologen binnen de machtsbasis plaatsten antifa op één lijn met gewelddadige internationale groeperingen en kartels, en pleitten voor het opsporen van financiële steun als sleutel tot ontmanteling. Dat vergrootte de druk op donoren en ngo’s en maakte onderzoek en mogelijke sancties mogelijk.
Samengevat vormde het aanvankelijke label “antifa = terroristisch” het startschot van een geïntegreerde campagne: juridische herdefiniëring, operationele instructies aan veiligheidsdiensten, openbare retoriek die dreiging verankert, en het bouwen van datagedreven surveillance-instrumenten. Samen creëren deze stappen een instrumentarium waarmee protest en dissidentie systematisch kunnen worden gecriminaliseerd en bestreden — een ontwikkeling die door critici wordt gezien als een stap naar autoritairer bestuur. Het Witte Huis heeft nog niet duidelijk gemaakt of en hoe buitengerechtelijk geweld tegen op lijsten geplaatste personen en organisaties wordt begrensd of gelegitimeerd.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'