De regering-Trump gaf de AI-sector lang alle ruimte voor het maken van cyberwapens. Maar nu groeit de angst: het wapen Mythos is wel erg krachtig
In dit artikel:
Anthony Fleming zit met een vouwtafeltje op de National Mall in Washington en verzamelt handtekeningen voor Pause.AI — een beweging die in Nederland begon en zich nu ook in de VS laat horen. Samen met twee vrijwilligers haalt hij op een middag in mei zo’n zestig ondersteuners binnen. Hun doel: de ongeremde uitrol van kunstmatige intelligentie beperken, mede uit vrees voor baanverlies, geestelijke schade bij jongeren en de komst van reusachtige datacenters waar lokaal tegen geprotesteerd wordt.
In de Verenigde Staten gaat de AI-ontwikkeling razendsnel: techbedrijven pompen miljarden in infrastructuur en leveren technologie aan het Pentagon. Hoewel sommige bedrijven eerst terughoudend waren om met defensie samen te werken, is die schroom grotendeels verdwenen. Op de AI+ Expo in Washington stonden Amazon, Google, Meta, Microsoft en OpenAI zij aan zij met wapenfabrikanten en overheidsdelegaties — een symbool van de nauwe verwevenheid tussen commerciële AI en militaire ambities.
Een breekpunt ontstond rond Anthropic. Het bedrijf weigerde technieken te leveren die massasurveillance of dodelijke autonome wapens zouden ondersteunen, maar bracht tegelijk Mythos uit: een model dat in staat is snel kwetsbaarheden in software op te sporen — informatie die misbruikt kan worden voor cyberaanvallen. Mythos wordt voorlopig slechts aan een selecte groep partijen beschikbaar gesteld, waaronder Amerikaanse inlichtingendiensten. Die zaak wakkerde bij sommige overheden het besef aan dat AI ook directe veiligheidsrisico’s kan vormen; president Trump tekende recent een decreet om software die als cyberwapen zou kunnen dienen vooraf te laten controleren via een ‘clearinghouse’, waarop bedrijven ‘vrijwillig’ moeten meewerken.
Cybersecuritybeambten benadrukken dat de aanvaller doorgaans in het voordeel is. Katie Sutton van het Department of War waarschuwt dat modellen snel verouderen en dat de volgende doorbraak al om de hoek kan liggen. Tegelijk ziet zij een escalatie van cyberoperaties: aanvankelijk gericht op spionage, maar nu ook bedoeld om systemen in te nemen als voorbereiding op mogelijke conflicten. Washington voert volgens haar inmiddels offensieve cyberacties gekoppeld aan conventionele operaties, met campagnes die ook Venezuela en Iran zouden hebben geraakt.
Terwijl militaire actoren de mogelijkheden van AI benutten, luidt het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) alarm over de gevolgen voor burgers. Juridisch expert Jonathan Horowitz waarschuwt dat digitale aanvallen evenveel schade kunnen veroorzaken als conventionele wapens en daarom onder hetzelfde humanitair recht zouden moeten vallen. Eén zwakke schakel in commerciële software of infrastructuur kan betalingen, nutsvoorzieningen en medische systemen treffen — ook daar ligt de achtergrond van de Nederlandse beslissing om de verkoop van DigiD-beheerder Solvinity aan een Amerikaanse koper te blokkeren.
De praktijk laat zien hoe riskant afhankelijkheid van AI kan zijn. Een Amerikaanse raketaanval die eind februari een Iraanse meisjesschool trof en 156 doden veroorzaakte, wijst op achterhaalde data en systeemfouten. Project Maven, het Pentagonprogramma dat beeldherkenning gebruikt om doelen te selecteren, toont volgens onderzoeksjournaliste Katrina Manson aan dat algoritmes tekortschieten in nieuwe of afwijkende omstandigheden. Modellen die getraind zijn op beelden uit één omgeving werken niet automatisch elders; ze verwarren soms rugzakken met wapens en slagen er niet in onderscheid te maken tussen volwassenen en kinderen. Manson concludeert dat menselijke contextbeoordeling vaak superieur blijft en dat de beloofde nauwkeurigheid van militaire AI meer illusie dan realiteit is.
Kortom: de Amerikaanse AI-snelweg brengt zowel strategische kansen als ernstige risico’s met zich mee. Publieke onrust, terughoudende techwerknemers, humanitaire bezwaren en recente incidenten dwingen beleidsmakers en bedrijven om kritischer te kijken naar hoe en met wie AI wordt gedeeld en ingezet — een debat dat zich op zowel maatschappelijk als juridisch vlak nog moet bewijzen.