De Raad van State beschermde de overheid. De rechtbank trekt een grens
In dit artikel:
De rechtbank Midden-Nederland heeft in drie uitspraken openlijk gebroken met de lijn van de Raad van State in de toeslagenaffaire. De zaken gaan over ouders die al veel te lang wachten op een besluit over hun werkelijke schade door Dienst Toeslagen. Waar de Raad van State op 3 juni 2026 oordeelde dat rechterlijke dwangsommen tijdelijk op nul mochten worden gezet omdat de schadeafhandeling vastliep, kiest de rechtbank nu voor een andere aanpak: de dienst krijgt opnieuw tijd, maar moet wel een dwangsom betalen als de termijn niet wordt gehaald.
Volgens de rechtbank is een termijn zonder dwangsom vooral schijnbescherming. Zij wijst erop dat de wet juist voorschrijft dat bij te laat beslissen een dwangsom aan de uitspraak moet worden verbonden. Daarmee stelt de rechtbank de vraag centraal wat een burger nog kan doen als de overheid ook een nieuwe rechterlijke termijn negeert. De uitspraken draaien dus niet alleen om schadevergoeding, maar ook om de grenzen van rechtsbescherming en de vraag of uitvoerbaarheid voor de overheid zwaarder mag wegen dan de rechten van burgers.
De Raad van State had eerder vastgesteld dat het nog jarenlang zou duren voordat alle schadeverzoeken zijn afgehandeld en gaf de overheid daarmee meer ruimte. Staatssecretaris Sandra Palmen noemde dat in de Tweede Kamer pijnlijk, maar ook behulpzaam voor de afhandeling. De rechtbank Midden-Nederland wil daar niet in meegaan en verwijst naar eerdere oproepen van de Raad van State zelf om knelpunten te signaleren en tegenspraak toe te laten. De dienst kan nog hoger beroep instellen, waarna de Raad van State opnieuw moet oordelen.
De Oranjezomer: Hélène Hendriks: 'Ik hoop dat zij een keer aan tafel komt bij De Oranjezomer, zou ik leuk vinden!'