De publieke omroep als een gesloten systeem in verval

donderdag, 23 april 2026 (11:32) - De Andere Krant

In dit artikel:

Mark Koster, mediajournalist bij Follow the Money en auteur van eerder veelbesproken boeken over John de Mol en Christian Van Thillo, volgde een jaar lang de Nederlandse publieke omroep (NPO) en legt die ervaring vast in Studio Ego. Zijn diagnose is rigoureus: waar het publieke bestel ooit nationale televisiesterren en breed gedragen nieuwsleveranciers kende, verkeert het nu in een existentiële crisis. Scandalen rond grensoverschrijdend gedrag, geruchten over corruptie en een cultuur van vriendjespolitiek hebben geleid tot een gesloten, zichzelf beschermend systeem — precies op het moment dat de NPO zijn honderdjarig bestaan viert.

Koster schetst Hilversum als een kastenstelsel waarin omroepen, bestuurders en geëerde presentatoren hun eigen posities veiligstellen. Kritische medewerkers riskeren marginalisering; bestuurlijke ziekte of persoonlijke tegenslag wordt soms functioneel behandeld als risico voor contracten. Het boek opent met het voorbeeld van tv-redacteur Libben Reeskamp, die stervende thuis lag terwijl leidinggevenden vooral rekenden met de gevolgen voor hun organisatie- en contractbelangen.

Een belangrijk thema is de macht van langzittende omroepleiders. Namen als Jan Slagter (MAX) en Arjan Lock (EO) figureren als blokkades voor hervorming: zij zouden elke verandering die hun positie bedreigt tegenhouden. NPO-voorzitter Frederieke Leeflang probeert die verhoudingen te doorbreken, maar ondermijning via informele kanalen — zoals contacten met politici — maakt hervorming moeilijk. Koster toont ook de draaideur tussen bestuurskamers en toezichthouders en een ledenstructuur die vooral zelfbehoud bevordert; VVD-Kamerlid Claire Martens spreekt in dat verband van een wereld vol plucheplakkers. Volgens Koster leidt dat tot een kartelachtige situatie waarin omroepen publiek geld gebruiken om hun eigen torens te onderhouden in plaats van het publiek optimaal te dienen.

Het boek behandelt ook journalistieke bias en politieke beïnvloeding. Zo kwam oud-NOS-directeur Bauke Geersing terug in voorbeelden van bezorgdheid over eenzijdige berichtgeving, terwijl redactieleden volgens Koster tijdgebrek en opdrachten uit Den Haag als verklaring gaven. De casus Ongehoord Nederland illustreert hoe de regels van het bestel bepalen wat wél en niet als journalistiek geaccepteerd wordt: de omroep profileert zich als tegenstem, maar laat vooral zien wie er binnen het systeem de grenzen trekt.

Koster stapelt veel onthullende scènes en namen op, wat de lezer soms het overzicht kost en het boek door zijn uitvoerigheid bij vlagen als een telefoonboek doet aanvoelen. Critici missen ook een evenwichtige waardering voor wat de publieke omroep wel heeft voortgebracht — programma’s als Tegenlicht en Andere Tijden tonen dat er binnen het bestel nog hoogwaardige journalistiek mogelijk is. Desondanks blijft Kosters kernconclusie overeind: het bestel is verworden tot een moeilijk doordringbare vesting, gevoed door ondoorzichtige geldstromen, politieke druk en ongeschreven regels.

De centrale vraag die Studio Ego achterlaat is niet of hervorming nodig is, maar wie het aandurft het systeem open te breken — zeker zolang er jaarlijks ongeveer een miljard euro publiek geld door het bestel stroomt. Studio Ego (Mark Koster, Uitgeverij Ezo Wolf) wil deze spankracht van het bestel ontmantelen en roept op tot meer transparantie en herijking van verantwoordelijkheid binnen de publieke omroep.