"De psychiatrie wil mensen onder controle houden"
In dit artikel:
In de Amsterdamse Zuiderkerk vond van 15 tot 17 februari de expositie “Psychiatrie, een industrie des doods” plaats, georganiseerd door het Nederlands Comité voor de Rechten van de Mens (NCRM). De tentoonstelling, die eerder in meerdere Europese landen te zien was, leverde vooraf en tijdens het driedaagse evenement scherpe kritiek op: het Cliëntenberaad Amsterdam en andere critici vreesden dat de presentatie mensen zou ontmoedigen om professionele hulp te zoeken.
De NCRM stelde dat de reguliere psychiatrie te veel leunt op een biomedisch model dat psychisch lijden reduceert tot een defect in de hersenen en dat dit model vooral de farmaceutische industrie heeft doen groeien. Bezoekers kregen confronterende videofragmenten en panels te zien over onderwerpen als antidepressiva, elektroconvulsietherapie (ECT) en historische voorbeelden van psychiatrisch misbruik — van opsluiting van dissidenten in de Sovjetunie tot betrokkenheid van psychiaters in nazi-Duitsland. De organisatie wees op cijfers om haar beweringen kracht bij te zetten: wereldwijd zouden de verkopen van antidepressiva en antipsychotica tussen 1994 en 2022 met circa 270 procent zijn gestegen (van 8,6 miljard naar 32 miljard dollar), en in Nederland zouden ongeveer 2,5 miljoen mensen psychotrope medicijnen gebruiken. De antipsychiatriebeweging die de expo presenteerde betoogt dat geestelijke aandoeningen niet objectief te meten zijn met bloed- of urinetests of hersenscans en bestempelt psychiatrie als pseudowetenschap.
De tentoonstelling koppelde medicatie en dwangmiddelen aan repressie en gebruikte aansprekende voorbeelden om de boodschap te illustreren: bekende kunstenaars die onder druk van behandeling zouden zijn ontspoord, verhalen over onvrijwillige ECT met blijvende geheugenverlies en het vermeende verband tussen antidepressivagebruik en schoolschietpartijen in de VS. Critici wezen erop dat veel van die koppelingen zonder nuancering werden gepresenteerd.
Bezoekers en sprekers boden persoonlijke getuigenissen die de kritiek van de expositie onderstreepten. Sander, die volgens eigen zeggen twintig jaar in de ggz zat, vertelde over herhaalde opnames, wisselende diagnoses en het gevoel niet serieus genomen te worden: gedragingen die hij als normaal ervaart, werden als pathologisch bestempeld. Medisch onderzoeksjournalist Désirée Röver vertelde het aangrijpende verhaal van een 15-jarig meisje dat na onvrijwillige ECT blijvende geheugenbeschadiging zou hebben opgelopen. Een andere casus beschreef hoe trauma’s lange tijd niet werden herkend en behandeling vooral bestond uit diagnoses en medicatie, pas veel later leidend tot een PTSS-diagnose.
Tegelijkertijd riep de organisator zelf vragen op over banden met Scientology: de NCRM en de tentoonstelling wijzen psychiatrie af op basis van spirituele argumenten, en critici merkten op dat Scientology vergelijkbare claims heeft. NCRM-medewerker Ogé Kruijt benadrukte dat de stichting seculier is en losstaat van de Scientology Church, en dat de tentoonstelling bedoeld was om te informeren, niet om “zieltjes te winnen”. Bezoekers werden aangemoedigd vragenlijsten over hun ggz-ervaringen in te vullen.
Kort samengevat confronteerde de expositie publiek en professionals met een harde kritiek op dominante psychiatrische praktijken, ondersteund door persoonlijke verhalen en statistieken, maar trok tegelijkertijd kritiek wegens selectieve beeldvorming en potentiële belangenverstrengeling rondom organisaties die zich tegen de psychiatrie keren.