De profileringsfuik: hoe extreme uitspraken politieke partijen tegenhouden

maandag, 18 mei 2026 (15:08) - Joop

In dit artikel:

D66 stond in 2025 na een sterke verkiezingswinst van 26 zetels even in de spotlights en ging de onderhandelingen in voor een minderheidskabinet met de VVD. Ruim honderd dagen later blijkt dat optimisme getemperd: niet door een slecht akkoord of gebrek aan inzet, maar doordat het campagne-ideaal van samenwerken voortdurend botst met de harde realiteit van geen parlementaire meerderheid — en met een VVD die volgens de auteur voortdurend in campagnemodus verkeert.

Het artikel schetst een terugkerend patroon: partijen die met de VVD regeren lijken vervolgens door kiezers te worden afgestraft. Voorbeelden zijn PvdA (na Rutte II) en het CDA (na Rutte III/IV), en ook D66 maakte eerder vergelijkbare verliezen mee. VVD zelf bleef lang dominant, maar viel onder leiding van Yeşilgöz in 2023 onder de 30 zetels; sindsdien staat zij in sommige peilingen tweede achter nieuwkomers als PRO. Belangrijker dan zetelverlies is hoe partijen reageren: veel politiek handelen is gericht op profilering voor het volgende verkiezingsvoordeel, en dat blijkt politiek én inhoudelijk schadelijk.

Twee concrete gevallen worden naast elkaar gezet als illustratie van de profileringsvalkuil. Tjeerd de Groot (D66) deed in 2019 de beroemde uitspraak over het halveren van de veestapel — een sterk gepolariseerde profielzet die volgens de auteur mede heeft bijgedragen aan de opkomst van BBB en sindsdien D66 voortdurend achtervolgt. Nu doet VVD-Kamerlid Brekelmans iets soortgelijks volgens de columnist: hij positioneert zich richting rechts electoraat door uitspraken over de onrust rond opvanglocaties in Loosdrecht en Apeldoorn — waarbij hij die acties neerzette als uitingen van “bezorgde burgers” — en door te suggereren dat gemeenten zich zouden kunnen onttrekken aan de Spreidingswet. Dit alles geldt als strategische profilering richting kiezers die naar rechts verschuiven.

De concrete gevolgen reiken echter verder dan stemmenwinst. Nationaal uitgesproken signalen die rechtsere sentimenten legitimeren, geven lokaal actoren het gevoel dat normatieve grenzen opgerekt kunnen worden. Burgemeesters, wethouders en raadsleden krijgen sindsdien vaker met intimidatie en bedreigingen te maken wanneer zij opvanglocaties moeten toelaten; volgens het artikel is het percentage bedreigde lokale bestuurders inmiddels hoog (meer dan 50 procent). Met andere woorden: nationale profilering vertaalt zich naar lokale onveiligheid en bestuurlijke verzwakking.

Die kloof tussen partijtop en basis wordt scherp belicht. De VVD-top vormt een relatief klein strategisch centrum, terwijl de partij duizenden leden en talloze lokale bestuurders heeft die veelal een ander, bij de rechtsstaat verankerd standpunt innemen. Dat leidde tot een opvallende discussie in het tv-programma Buitenhof, waar VVD-burgemeester Boumans Brekelmans ter verantwoording riep en helder stelde: "De wet geldt. Die moeten we uitvoeren." Boumans noemde zulke nationalistische signalen "gevaarlijk" omdat ze lokale ambtsdragers de ruimte geven om wet- en regelgeving te negeren. Ook burgemeester Heerts benadrukte dat veranderingswensen via formele wetsprocedures moeten lopen.

De bredere conclusie van het stuk is dat politiek profileren — het najagen van kortetermijn-electoraal gewin door stevige uitspraken — structureel ten koste gaat van het oplossen van maatschappelijke problemen (asielopvang, woningbouw, stikstof, netcongestie, zorg) en van de interne samenhang van partijen. Het resultaat: een uitgehold vertrouwen, meer polarisatie en bestuurlijke schade, eerder dan duurzame oplossingen. De columnist waarschuwt dat zolang partijleiders kiezen voor profilering boven beleidsconsistentie, coalitiepartners en lokale bestuurders de rekening blijven betalen.