De politieke islam stelde flink teleur
In dit artikel:
Achtergrond: acht jaar geleden begon de auteur met deze rubriek, die eerder werd gedeeld met de inmiddels overleden arabist Martin Janssen. Vanaf zijn eerste bijdrage presenteerde hij een vaste invalshoek op het Midden-Oosten: het belang van de langlopende opkomst van politieke islam.
Kernontwikkeling sinds 1979: dat jaar vormt volgens de auteur een breuklijn voor de regio. De Sovjetinvasie van Afghanistan, de bestorming van de Grote Moskee in Mekka en de Islamitische Revolutie in Iran markeerden een periode waarin islamitisch-politieke bewegingen sterker op de voorgrond traden. Door die ontwikkelingen heeft het beleid in veel landen steeds in de vorm van actie en reactie op de eisen van de politieke islam gestaan; die dynamiek heeft bijna een halve eeuw gedomineerd.
Situatie in 2026: de kaarten liggen anders. Afghanistan wordt nog steeds door een jihadistisch bestuur beheerst, maar Saudi-Arabië is sterk veranderd onder kroonprins Mohammed bin Salman en zijn moderniseringsprogramma. Ook Iran ondergaat ingrijpende verschuivingen in een context van oorlog. Volgens de auteur tekenen zich langzaam de contouren van een nieuw Midden-Oosten af, waarin de politieke islam politiek minder bepalend zal zijn dan in het verleden; de verwachtingen die veel aanhangers van die heropleving hadden, zijn deels niet uitgekomen.
Onzekerheden en vragen: het blijft onduidelijk hoe Israël zijn invloed in de regio zal blijven uitbreiden, welke koers Saudi-Arabië kiest en hoe groot de rol van China wordt — factoren die de nieuwe orde sterk zullen bepalen.
Afsluiting: de auteur blijft de regio volgen, maar stopt met deze rubriek vanwege een restyling van de krant en bedankt de vaste lezers voor hun aandacht.