De pest trof Siberische jagers 5.500 jaar geleden al door eten rauwe marmotten
In dit artikel:
Ruim 5.500 jaar geleden stierf een groep jagers-verzamelaars langs de Angara-rivier in Siberië waarschijnlijk aan de pest, zo blijkt uit onderzoek van teams uit onder meer Canada, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Rusland. Wetenschappers onderzochten tanden en skeletten van vier begraafplaatsen; bij 18 van de 42 geanalyseerde skeletten werd DNA van Yersinia pestis aangetroffen. Omdat DNA door de tijd kan vervagen, achten de onderzoekers het plausibel dat meer doden aan dezelfde ziekte zijn overleden.
De vondst vormt het vroegst bekende bewijs voor een pestuitbraak. Vergeleken met middeleeuwse pestgraven is het aandeel besmette skeletten in deze Siberische vondst relatief hoog. Onderzoekers denken dat de besmetting vooral kwam door het eten van rauw marmottenvlees, een bekende bron van pestbesmetting die ook in moderne tijden dodelijk kan zijn. In één grafveld vielen veel kinderlijkjes op; kinderen waren waarschijnlijk gevoeliger, terwijl ouderen mogelijk eerder blootstelling en dus enige weerstand hadden. De slachtoffers kregen vermoedelijk longpest, een andere vorm dan de bubonenpest die Europa in de middeleeuwen trof.
Vandaag Inside Oranje: Van Hecke over jeugdclubs die geld verdienen aan transfer: 'Arnemuiden schiet helaas net te kort'