De persvrijheid ligt in Israël onder vuur

dinsdag, 3 november 2026 (15:54) - Joop

In dit artikel:

De persvrijheid in Israël staat volgens deze analyse onder druk als onderdeel van een bredere uitholling van de democratische rechtsstaat. Onder de regeringen van Benjamin Netanyahu zouden niet alleen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en andere checks-and-balances worden verzwakt, maar ook de media die de regering en haar beleid kritisch controleren.

Binnen Israël gebeurt dat volgens de analyse via regelgeving, politieke bevoordeling van rechtse media en een campagne waarin kritische journalisten worden afgeschilderd als ontrouw of vijandig tegenover de staat. Netanyahu noemt kritische media onder meer “kanalen van leugens en ophitsing”. Het regeringsbesluit om de krant Haaretz te boycotten vanwege berichtgeving over Gaza wordt aangehaald als voorbeeld van de manier waarop kritiek in een institutionele sanctie kan worden omgezet. Ook intimidatie en geweld tegen journalisten nemen toe, terwijl rechtse politici dergelijke aanvallen volgens de auteur niet veroordelen.

Tegen buitenlandse media worden vooral beperkingen opgelegd om internationale aandacht voor de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever te verminderen. Sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza in oktober 2023 zouden buitenlandse journalisten te maken krijgen met verhoren, vertragingen aan de grens, inbeslagname van apparatuur, ingetrokken vergunningen en beperkingen van hun bewegingsvrijheid. Volgens de analyse spelen daarbij soms eerdere publicaties en de inhoud van hun berichtgeving een rol, waardoor journalistieke kritiek zelf een reden wordt om toegang tot Israël te weigeren.

Een onderzoek van het Committee to Protect Journalists (CPJ), gepubliceerd in juni 2026, documenteerde minstens zes gevallen waarin buitenlandse journalisten de toegang werd ontzegd, onder meer vanwege eerdere berichtgeving. Genoemd worden de Italiaanse journalist Alessandro Stefanelli, wiens accreditatie werd ingetrokken wegens vermeend eenzijdige berichtgeving, en de Spaanse journaliste Queralt Castillo Cerezuela, die in een bericht aan buitenlandse journalisten zonder bewijs van antisemitisme en steun aan een boycot werd beschuldigd. De Franse journaliste Alice Froussard werd in juni 2026 de toegang ontzegd nadat zij Israëlische militaire operaties in Gaza als een “bloedbad” en het beleid op de Westelijke Jordaanoever als “apartheid” had omschreven.

Naast administratieve maatregelen zijn er bedreigingen en fysieke aanvallen. Het CPJ registreerde in de eerste tien maanden van 2026 ten minste zestien incidenten waarbij minstens 35 buitenlandse journalisten werden getroffen. Voorbeelden zijn aanvallen op teams van CNN en NBC en het geweld tegen AFP-fotograaf Jaafar Ashtiyeh en The Washington Post-fotografe Heidi Levine. Volgens de analyse maakt het uitblijven van effectieve bescherming en vervolging van daders geweld tot een extra middel om verslaggeving af te schrikken. Uitspraken van ministers Shlomo Karhi en Itamar Ben-Gvir, die buitenlandse media als vijandig bestempelden, worden gezien als aanwijzing dat deze druk politiek wordt gelegitimeerd.

De centrale conclusie is dat de aanvallen op binnenlandse en buitenlandse media volgens de auteur deel uitmaken van hetzelfde beleid: de regering wil binnenlandse kritiek op corruptie, bestuurlijke tekortkomingen en politieke bevoordeling beperken en tegelijk internationale aandacht voor de bezetting en het geweld tegen Palestijnen verminderen. De aantasting van de persvrijheid wordt daarmee verbonden aan de voortzetting van de Israëlische controle over de Westelijke Jordaanoever. Volgens de analyse zijn een duurzame bezetting en een sterke liberale democratie uiteindelijk onverenigbaar, omdat democratische instellingen juist de gevolgen en legitimiteit van die bezetting ter discussie kunnen stellen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Tina Nijkamp: 'Lale Gül is boos op mij en Valentijn Driessen!'