De Pakistani hebben genoeg van de vredesonderhandelingen
In dit artikel:
In Islamabad liggen hoofdwegen nog altijd zwaar bewaakt, ook al zijn de Amerikaanse en Iraanse delegaties al geruime tijd niet meer gezien. Militairen houden toegangswegen zoals de Iran Avenue continu afgesloten; auto's worden één voor één gecontroleerd, waardoor dagelijks lange files ontstaan en de doorstroming stokt.
De overheid verdedigt de maatregel als voorzorg: de beveiliging blijft op het hoogste niveau voor het geval de delegaties terugkeren. Critici, onder wie Imran Khans Pakistaanse Beweging voor Rechtvaardigheid, zien het anders en beschuldigen het leger ervan de dreiging te gebruiken om binnenlandse onrust te smoren. In de provincie Beloetsjistan groeit de druk op de regering om lokale leiders vrij te laten die na een vreedzaam protest vorig jaar zonder proces zijn vastgezet; aanhangers waarschuwen voor massale demonstraties zolang hun leider opgesloten zit.
De maatregelen hebben zware economische en sociale gevolgen. Tijdens de eerste onderhandelingsronde lagen markten, scholen en bedrijven plat; duizenden dagloners kregen geen loon. Marktkooplieden in Rawalpindi claimen miljarden roepies misgelopen te zijn door gedwongen sluitingen, er was zelfs tijdelijk een melktekort door stilstaand vrachtverkeer. Hoewel het belangrijkste busstation weer open is, zijn landelijke verbindingen nog niet volledig hersteld.
Stekende kritiek richt zich op Pakistans rol als bemiddelaar: veel burgers vinden dat de regering meer oog moet hebben voor binnenlandse problemen en de zware schuldenlast, in plaats van internationale crises te willen oplossen — temeer daar rekeningen van de buitenlandse delegaties nog onbetaald zouden zijn.