De overheid bepaalt steeds meer, de woningzoekende steeds minder
In dit artikel:
Sinds 1 juli heeft het Rijk meer invloed op de woningmarkt. Het kan sterker bepalen hoeveel woningen worden gebouwd, waar die komen en voor welke groepen ze bedoeld zijn. Ook ligt het aandeel sociale huur in nieuwbouw landelijk vast op 30 procent. De auteur gebruikt deze ontwikkeling als voorbeeld voor een bredere kritiek op de groeiende rol van de overheid in de economie.
In een vrije markt is volgens de auteur de consument de belangrijkste klant. Ondernemers moeten concurreren om zijn gunst: wie slechte kwaliteit of service levert of te hoge prijzen vraagt, loopt het risico dat klanten naar een concurrent gaan. Dat mechanisme werkt volgens hem vooral nog duidelijk bij kleine bedrijven, zoals bakkers, fietsenmakers en restaurants.
Bij grotere ondernemingen ligt dat anders. Zij zijn vaker afhankelijk van vergunningen, regelgeving, subsidies, belastingvoordelen en overheidsopdrachten. De overheid gaf in 2025 ongeveer 529 miljard euro uit, 45,2 procent van het bruto binnenlands product. Daarnaast verstrekte zij dat jaar circa 15,6 miljard euro aan subsidies. Volgens de auteur maakt die omvang de staat tot een belangrijk onderdeel van het verdienmodel van veel bedrijven. Ondernemers hebben daardoor een prikkel om niet alleen consumenten, maar ook de overheid tevreden te houden.
Dat noemt de auteur corporatisme: een systeem waarin bedrijven voor hun voortbestaan in belangrijke mate afhankelijk worden van de staat. De sociale huursector dient als belangrijkste voorbeeld. De overheid bepaalt daar wie voor een woning in aanmerking komt, welke huren gevraagd mogen worden, aan welke regels verhuurders moeten voldoen en hoeveel woningen er beschikbaar komen. Woningcorporaties staan onder toezicht en kunnen gebruikmaken van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen.
Volgens de auteur heeft de huurder daardoor weinig macht. Wie lang op een wachtlijst staat, kan meestal niet eenvoudig overstappen naar een andere aanbieder. In sommige gevallen lopen de wachttijden voor sociale huur op tot meer dan tien jaar. Omdat de overheid zowel de schaarste als de regels bepaalt en corporaties financieel ondersteunt, ontbreekt volgens de auteur een belangrijke marktprikkel om huurders goed te bedienen.
De verwevenheid is verder toegenomen door nationale prestatieafspraken tot 2035 tussen het Rijk, gemeenten en corporaties over nieuwbouw, huren, verduurzaming en leefbaarheid. Toen in 2026 werd becijferd dat corporaties 19,4 miljard euro tekortkwamen om hun investeringsafspraken tot en met 2034 uit te voeren, werd vooral gezocht naar extra financiële ruimte in plaats van naar meer concurrentie, aldus de auteur.
De auteur stelt dat de slechte verhouding tussen huurprijs en woningkwaliteit daarom niet zonder meer aan ‘de markt’ kan worden toegeschreven. Volgens hem is de kernvraag hoeveel markt er nog over is wanneer de overheid bepaalt wie mag bouwen en huren, welke prijzen gelden, hoeveel woningen worden aangeboden en onder welke voorwaarden corporaties worden gefinancierd. Hij trekt die conclusie ook door naar andere sectoren en pleit voor minder politieke sturing, subsidies, privileges en beschermende regelgeving, zodat consumenten weer meer keuze en macht krijgen.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel ziet John de Bever werelddoelpunt maken: 'Hij legt 'm er wel lekker in!'