De oplossing: basisbelasting en daarnaast angstbelasting
In dit artikel:
De schrijver begint met een schets van wat de overheid volgens hem primair zou moeten doen: de openbare orde handhaven, recht en veiligheid bewaken, volksgezondheid en welzijn garanderen, infrastructuur en onderwijs onderhouden en sociale zekerheid bieden — allemaal gefinancierd uit algemene belastingen. Vervolgens wordt kritiek geleverd op het huidige gebruik van belastinginkomsten: die zouden vaak worden ingezet voor beleidsdoelen die niet tot die kerntaken behoren, zoals asielopvang, klimaatmaatregelen of stikstofbeleid. Dit type uitgaven noemt de auteur provocerend “angstbelasting”, verwijzend naar de politieke mobiliserende kracht van angst — een gedachte die hij met een citaat van Frans Timmermans ondersteunt: “Niets is sterker als politiek instrument dan angst.”
Als alternatief stelt de auteur een tweelagig systeem voor, vergelijkbaar met een zorgverzekering: een basispakket gefinancierd uit bestaande heffingen (inkomstenbelasting, btw) dat de essentiële overheidsfuncties dekt, en daarnaast vrijwillige, transparante toeslagen die burgers zelf kunnen kiezen voor zaken die zij belangrijk vinden of waar zij zich zorgen over maken. Deze extra “angstbelastingen” — denk aan een klimaatbelasting, stikstofbelasting of asielbelasting — zouden door deelnemers worden betaald en vormen vervolgens het beschikbare budget voor de betreffende beleidsmaatregelen. Als het ingezamelde bedrag onvoldoende is, concludeert de overheid volgens de auteur dat er geen breed maatschappelijk draagvlak is en blijft de maatregel uit.
Het voorstel bevat praktische elementen: jaarlijks een contract tussen burger en staat waarin men de basisbijdrage accepteert en optioneel extra pakketten aanvinkt; heffing via de inkomstenbelasting; en het principe “wie betaalt, bepaalt”. De auteur illustreert de werking met een rekenvoorbeeld rond een klimaatmaatregel van 28 miljard euro, en laat zien hoe de lasten per deelnemer kunnen oplopen of juist kleiner worden naargelang het aantal betaalde bijdragen.
Ten slotte benadrukt de auteur dat zo’n model moet leiden tot meer transparantie, minder maatschappelijke onvrede over belastingbesteding en zuiverder gebruik van publieke middelen. Ter aanvulling: de praktische uitvoerbaarheid van dit idee roept wel vragen op rondom publiek-goederenprobleem, administratieve lasten, rechtsstatelijke verplichtingen en solidariteitsprincipes — kwesties die zouden moeten worden uitgewerkt voordat zo’n systeem politiek haalbaar is.