De openbare ruimte is voor vrouwen nog steeds minder veilig dan voor mannen: 'Je schrikt, het is vies, maar misschien was nog wel het ergste hoe denigrerend ze ons uitlachten'

zaterdag, 30 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

In Amsterdam zijn meerdere vrouwelijke hardlopers en bezoekers van parken recentelijk het doelwit geworden van seksuele intimidatie en kleine aanrandingen, vaak door groepen jongens op fatbikes. De politie kondigde een offensief aan tegen deze overlastplegers nadat incidenten plaatsvonden in onder meer het Sloterpark en Westerpark — daar werden vrouwen bespuugd, met plakkerige vloeistof bespoten en soms op hun billen geslagen. Eerder deden soortgelijke zaken zich voor in het Rembrandtpark, Vondelpark, Erasmuspark en Flevopark; daders blijken vaak jongens van ongeveer 14–16 jaar en soms worden gedragingen gefilmd en gedeeld.

Onderzoekers wegen de gebeurtenissen zowel als individuele feiten als symptoom van een bredere cultuur. Krista Schram (Hogeschool Inholland) plaatst de incidenten in een sociaal-maatschappelijke context: meisjes leren van jongs af aan voorzichtig te zijn in de openbare ruimte, terwijl jongens volgens haar opvoedingspatronen soms een gevoel van onaantastbaarheid meekrijgen. Dat verklaart deels waarom bepaalde jongens intimiderend gedrag normaliseren. Wim Bernasco (NSCR) nuanceert: hoewel ernstige geweldsdelicten zoals de moord op Lisa grote maatschappelijke onrust veroorzaakten en het veiligheidsgevoel versterkten, ligt het daadwerkelijke risico op zulke extreme gebeurtenissen objectief lager; bij aanrandingen en grensoverschrijdend gedrag in het openbaar zijn gevoel en kans dichter bij elkaar. Hij wijst ook op een belangrijke andere vindplaats van seksueel grensoverschrijdend gedrag: uitgaansgelegenheden waar alcohol een rol speelt.

Veel vrouwen passen hun gedrag aan uit voorzorg. Een slachtoffer bij de Sloterplas meldde dat zij zich na een bespuitincident zelden meer veilig voelt in parken en na zonsondergang fietsroutes vermijdt — en dat het snelle optreden van de politie haar het gevoel gaf serieus te worden genomen. Dergelijke meldingen onderstrepen dat de beleving van onveiligheid gevolgen heeft voor dagelijkse bewegingsvrijheid.

Stadsontwerper Eva James benadrukt dat de inrichting en programmering van publieke ruimte invloed hebben op wie zich welkom voelt. Als parken vooral plekken bevatten waar voornamelijk mannen samenkomen, zenden ze een signaal af dat vrouwen daar minder thuishoren. Diversere voorzieningen (speelplaatsen, kleinschalige sportplekken, kiosken, evenementen) en aandacht voor zichtlijnen en verlichting vergroten volgens haar de inclusiviteit en kunnen normerend werken: plekken die onveilig ogen, trekken eerder personen aan met kwaad in de zin, wat een vicieuze cirkel versterkt.

De politieaanpak, die zich expliciet richt op daders en handhaving, krijgt lof omdat zij niet het gedrag van vrouwen wil veranderen maar de verantwoordelijkheid bij plegers legt. Tegelijk waarschuwen deskundigen dat extra politie-inzet niet per se alle problemen oplost: het kan helpen als het om een klein aantal raddraaiers gaat, maar er is ook risico op verplaatsing van gedrag of copycat-effecten. Bernasco wijst erop dat maatschappelijke normen wél kunnen verschuiven door wetgeving en handhaving — als voorbeeld noemt hij het terugdringen van roken in cafés — en dat hetzelfde proces mogelijk is voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Samenvattend: de recente incidenten in Amsterdamse parken illustreren zowel concrete strafbare feiten als een dieper liggend probleem van genderongelijkheid en ruimtelijke inrichting. Deskundigen pleiten voor een gecombineerde aanpak: gericht handhaven op daders, serieuze opvang van meldingen, en ruimtelijke en culturele veranderingen die openbare ruimte voor iedereen veiliger en inclusiever maken.