De onzekerheid regeert in de Straat van Hormuz, zelfs nu Iran de zeestraat zegt te heropenen

vrijdag, 17 april 2026 (17:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Op marifoonkanaal VHF‑16 hebben de Amerikaanse strijdkrachten deze week schepen in de Straat van Hormuz, de Golf van Oman en de Arabische Zee gewaarschuwd dat de VS een blokkade uitvoeren om scheepvaart naar en van Iraanse havens te verhinderen. Sinds maandag houdt een Amerikaanse vloot onder leiding van het Centcom en het vliegdekschip USS Abraham Lincoln vaartuigen tegen die vermeend handel drijven met Iran; volgens Washington zijn tot nu toe dertien schepen tegengehouden, al zijn er geen ingrepen met geweld gemeld.

Een concreet voorbeeld is de tanker Rich Starry (varend voor een Chinees bedrijf onder de vlag van Malawi), die meerdere keren omkeerde bij de Amerikaanse blokkade en daarna volgens trackingdata voor anker kwam bij het Iraanse eiland Qeshm. Tegelijkertijd lijken sommige schepen ondanks de blokkade door te glippen of onzichtbaar te opereren: oudere tankers uit de zogenoemde “schaduwvloot” (zoals de Alicia en de RHN) wisselen regelmatig naam en vlag, schakelen hun identificatiesysteem uit en maskeren bestemmingen, en enkele Iraanse en regionale schepen passeren zonder tegenhoudingen.

Iran had de Straat van Hormuz bijna vijftig dagen eerder vrijwel gesloten verklaard voor vijandige schepen en gedreigd vijandelijke vaartuigen te vernietigen als ze de nauwe zeestraat tussen Iran en Oman zouden doorkruisen. Vrijdag kondigde Teheran echter aan de doorgang “volledig open” te stellen voor commerciële scheepvaart — al suggereert niemand dat de situatie definitief is: Washington handhaaft de blokkade zolang er geen akkoord met Iran is en de Iraanse stap viel samen met een tijdelijke wapenstilstand tussen Israël en Libanon.

De dubbele blokkade – Iran die de straat de facto uitsloot en de VS die Iran‑vriendelijke schepen probeert te onderbreken – zaait grote onzekerheid. Lloyd’s List noemde het “double trouble”: het is niet alleen een regionaal veiligheidsthema, maar verstoort mondiale handelsstromen en levert economische pijn op ver buiten de Golfregio. Ongeveer 20 procent van de wereldwijde oliehandel gaat per schip door de Straat van Hormuz; ook een deel van de LNG‑export en andere grondstoffen passeert hier.

De economische gevolgen zijn breed en tastbaar: olieprijzen schoten bij het begin van de Amerikaanse actie weer ruim boven de 100 dollar per vat; na het Iraanse bericht kelderden ze diezelfde week. Landbouwers in India vrezen kunstmesttekorten en prijsstijgingen omdat veel ureum uit de Golfregio komt; analisten voorspellen dat de gemiddelde rijstboer daardoor 20–30 procent meer voor mest kan gaan betalen en opbrengsten flink kunnen dalen. Luchtvaartmaatschappijen in Azië kampen met duurdere kerosine en sommige maatschappijen, inclusief KLM en Lufthansa, hebben vluchten geannuleerd. Chipfabrieken in Taiwan en Zuid‑Korea die helium uit de Golf gebruiken, lopen risico op bevoorradingsproblemen. Meer indirect: verzekeringspremies voor scheepvaart door risicovolle routes kunnen stijgen als alternatieve corridors (zoals Suez/Red Sea) gevaar lopen.

Washington heeft de laatste dagen ook de economische druk verhoogd door sancties te verstrengen en een tijdelijke vrijstelling voor Iraanse olie niet te verlengen. Doel is Iran zoveel mogelijk de inkomsten uit oliehandel te ontzeggen — een mix van financiële sancties en fysieke blokkade. Hoe effectief die combinatie is, is onzeker: Iran beschikt over grote onshore‑opslag en kan tankers als drijvende opslagtanks gebruiken, waardoor het zijn export enkele weken tot maanden kan ondersteunen, ook bij volledige blokkade.

De maritieme situatie deze week was opvallend rustig: Lloyd’s List telde tot halverwege donderdag slechts 27 doorvaarten door de Straat (waar normaal dagelijks zo’n 140 schepen passeren). Dat volgt op twee drukke weken in april met circa 78 passages per week. De Amerikaanse bewering dat in de eerste 48 uur geen enkel schip de blokkade passeerde, blijkt niet waterdicht: meerdere schepen zijn toch doorgekomen of opereren langs de Iraanse kust.

De militaire inzet en het recht dat de VS opeenstelt om ook buiten de directe wateren schepen te stoppen, vergroot de kans op escalatie — zowel met Iran als met derde landen zoals China, van wie sommige tankers worden gelinkt aan de Chinese overheid en die nu bij de westerlijke doorgang verzamelen. Iran waarschuwde op haar beurt dat het, bij voortzetting van de Amerikaanse blokkade, ook handelsroutes in de Golf van Oman en de Rode Zee kan verstoren. Daarmee raken alternatieve exportwegen van de VAE en Saoedi‑Arabië (pijplijnen en havens als Fujairah en Yanbu) in gevaar; een aanval via proxy’s zoals de Houthi’s zou verzekeringskosten opdrijven en scheepvaartstromen dwingen om te varen.

Kortom: de huidige strategie van druk via maritieme blokkade en economie heeft de handel en toeleveringsketens wereldwijd ontregeld en verhoogt het risico op een bredere militaire confrontatie. Voor duizenden bemanningsleden (circa 19.000, onder wie meer dan vijftig Nederlanders) en hun scheepseigenaren blijft onzeker wanneer een veilige doorvaart en een normale exploitatie van de Perzische Golf weer gegarandeerd zijn.