De onvoorstelbare verwoesting van onze minister-president
In dit artikel:
Diep in de nacht zit de minister-president alleen op een bank in de gang van het verlaten ministerie van Financiën, uitgeput en afwezig bij een vergadering achter een deur waar over zijn taak wordt beslist. Dat beeld opent het boek Dick Schoof, dat door NRC-journalisten Lamyae Aharouay en Petra de Koning is samengesteld na maandenlang volgen en tientallen gesprekken. Het portret schetst een ongrijpbare, beeldbewuste topambtenaar die als premier tekortschiet en daarmee het ambt en de instituties van de Nederlandse democratie aantast.
Wie: Dick Schoof zelf — jarenlang hoge ambtenaar en voormalig hoofd van de AIVD — staat centraal. De auteurs volgen zijn houding, vaardigheden en onzekerheden. Ook komen spelers als Dilan Yesilgöz, partijleider Geert Wilders en oud-premier Mark Rutte impliciet in beeld: zij vervulden rollen in de politieke context en beslissingen die tot Schoofs benoeming en functioneren leidden. Daarnaast speelt mediamiljardair John de Mol een rol in het publieke sentiment dat de PVV aanspoorde.
Wat: Het boek beschrijft hoe een ervaren topambtenaar werd gepresenteerd als minister-president, ondanks gebrek aan politieke back-up, ervaring als publieke leider en vertrouwen binnen de Haagse politiek. Schoof blijkt een typetje dat liever 'roadie' is — onzichtbaar achter de schermen — dan het dominante, zichtbare boegbeeld dat het premierschap vraagt. Zijn terughoudendheid in direct contact met collega’s, voorkeur voor appjes boven gesprekken, isolement op bijeenkomsten en de minachtende omgang van Wilders verzwakken zijn positie voortdurend.
Waar en wanneer: De gebeurtenissen spelen zich af in Den Haag, met scènes in het Catshuis en ministeries; het boek volgt recente kabinetten en de periode rond de vorming van een PVV-gekleurde regering na verkiezingsinvloeden waarbij publieke opinie door media en machthebbers werd beïnvloed.
Waarom belangrijk: De auteurs waarschuwen dat het probleem groter is dan een onhandige premier: het premierschap zelf heeft blijvende schade opgelopen. Doordat Schoof geen ervaren politicus is en het kabinet vol interne ruzies zat, verwordt het ambt tot een ceremoniële functie. Dat leidt niet alleen tot inefficiënt bestuur, maar ondermijnt ook het vertrouwen in instituties waar burgers op moeten kunnen rekenen, ongeacht hun politieke kleur. De vergelijking met de aantasting van het Amerikaanse presidentschap onder Trump wordt gemaakt om de ernst van de institutionele slijtage te benadrukken.
Stijl en conclusie: Het boek bevat anekdotes, scherpe observaties en een openhartig portret zonder sensatiezucht. De schrijvers tonen hoe persoonlijke ambitie, politieke opportuniteit en institutionele nalatigheid samen leidden tot een kabinet dat meer puinzooi dan bestuur was. De eindmetafoor beeldt Nederland af als een touringcar waarvan de chauffeursstoel is weggesloopt — een waarschuwing dat het functioneren van publieke instituties geen vanzelfsprekendheid mag zijn. Het boek wordt aangeraden voor wie wil begrijpen hoe persoonlijke eigenschappen en politieke mechanismen samen de democratische praktijk kunnen ondergraven.