De ontspoorde War on Terror heeft niet gezorgd voor een veiligere wereld. Integendeel
In dit artikel:
Vijfentwintig jaar na de aanslagen van 11 september 2001 concludeert de Australische hoogleraar en VN-rapporteur Ben Saul dat de Amerikaanse War on Terror de wereld niet veiliger heeft gemaakt. Volgens hem en mensenrechtenadvocaat Helen Duffy leidde de strijd tegen terrorisme tot grootschalige oorlogen, marteling, willekeurige detentie, burgerdoden en een ernstige verzwakking van de internationale rechtsstaat.
Na 9/11 verplichtte de VN-Veiligheidsraad landen wereldwijd om terrorismefinanciering te bestrijden, verdachten te vervolgen, informatie uit te wisselen en strengere veiligheidscontroles in te voeren. Veel staten gingen volgens Saul echter veel verder dan noodzakelijk. Onder leiding van de VS vielen coalitietroepen Afghanistan binnen om al-Qaeda en de Taliban te bestrijden, waarna in 2003 de volgens de auteur illegale invasie van Irak volgde. Daarbij werden burgers geregeld als potentiële terroristen behandeld en werden volgens Saul ook oorlogsmisdrijven en andere mensenrechtenschendingen onderdeel van het beleid, in plaats van incidenten door enkele individuele militairen.
Een centraal voorbeeld is Abu Zubaydah, een Palestijn die in 2002 in Pakistan werd opgepakt. De VS presenteerden hem aanvankelijk als een vooraanstaand al-Qaeda-lid, maar trokken die beschuldiging later in. Toch werd hij slachtoffer van het geheime CIA-detentieprogramma. Hij werd onder meer vastgehouden in Thailand, Polen, Marokko, Litouwen en Afghanistan en vanaf 2006 in Guantánamo Bay. Daar zit hij inmiddels meer dan 24 jaar gevangen zonder ooit te zijn aangeklaagd of berecht.
In Thailand werd Abu Zubaydah onderworpen aan wat de regering-Bush omschreef als ‘enhanced interrogation techniques’, volgens Duffy een verhullende term voor marteling. Uit een in 2014 openbaar gemaakte samenvatting van een Senaatsonderzoek blijkt dat hij langdurig werd geïsoleerd, geslagen, slaap onthouden, in stressposities vastgezet en herhaaldelijk gewaterboard. Hij verbleef bovendien in totaal 295 uur in kleine kisten en balanceerde tijdens een verhoor op de rand van de dood. Videobeelden van de martelingen werden deels vernietigd; voor de martelingen en de vernietiging van bewijsmateriaal is volgens Duffy niemand vervolgd.
Duffy heeft Abu Zubaydah zeventien jaar als internationale advocaat bijgestaan, maar hem nooit persoonlijk mogen bezoeken. Contact verloopt uitsluitend via gecontroleerde brieven. Zijn tekeningen over de martelingen, die inmiddels in Den Haag en Londen zijn tentoongesteld, vormen volgens haar zowel zijn enige therapie als belangrijk bewijsmateriaal. Procedures van zijn advocaten leidden ertoe dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Polen en Litouwen medeverantwoordelijk stelde voor de CIA-martelingen. Beide landen betaalden schadevergoeding; ook het Verenigd Koninkrijk trof een financiële schikking. Excuses of vrijlating bleven uit. Een VN-werkgroep oordeelde dat zijn detentie een misdrijf tegen de menselijkheid en nog altijd marteling is en riep op hem onmiddellijk vrij te laten.
De gevolgen van de War on Terror reiken volgens de geïnterviewden veel verder dan Guantánamo. Amerikaanse operaties in Afghanistan, Irak, Syrië, Jemen en Pakistan kostten volgens het project Cost of War van Brown University tussen 2001 en 2023 minstens 940.000 mensen het leven, onder wie bijna de helft burgers. Wanneer ook indirecte gevolgen, zoals ingestorte economieën en gezondheidszorg, worden meegerekend, ligt het geschatte dodental tussen 4,5 en 4,7 miljoen. Saul stelt bovendien dat de invasie van Irak een belangrijke katalysator was voor het ontstaan van Islamitische Staat, waarna nieuwe conflicten en aanslagen in onder meer Europa en Australië volgden. Ook droneaanvallen onder president Obama en immuniteit voor betrokken functionarissen droegen volgens hem bij aan straffeloosheid.
De VN-rapporteur waarschuwt dat vooral landen in het mondiale Zuiden de prijs betalen. Zij beschikken vaak over zwakke overheden en weinig middelen om gewapende groepen te bestrijden. In Mozambique zag Saul zowel de wreedheden van de aan Islamitische Staat gelieerde organisatie Ahlu Sunnah Wal Jamaah als ernstige misstanden door veiligheidstroepen. Bij een aanval in Cabo Delgado zouden Mozambikaanse militairen tientallen vluchtelingen op een terrein van gasbedrijf TotalEnergies hebben opgesloten, gemarteld en gedood. Een Europese mensenrechtenorganisatie stelde daarop dat het bedrijf mogelijk medeplichtig was aan oorlogsmisdrijven en andere ernstige schendingen.
Saul spreekt van een nieuwe, donkere fase waarin terrorismebestrijding wordt gebruikt als rechtvaardiging voor agressie en hernieuwd imperialisme. Hij bekritiseert onder meer de oorlogshandelingen van Israël en de VS in het Midden-Oosten, Amerikaanse aanvallen op boten die van drugssmokkel worden verdacht en de militaire aanpak van Latijns-Amerikaanse kartels. Die kartels zijn volgens hem gewelddadige criminele organisaties, maar geen terroristen; ze moeten via gewone wettelijke handhaving worden aangepakt. Ook de Amerikaanse aanvallen op Iran noemt hij illegale agressie die geen werkelijk militair doel bereikte, het Iraanse regime versterkte en grote economische schade veroorzaakte.
Een tweede gevaar is het steeds ruimer gebruik van het terrorismebegrip tegen eigen burgers. Saul pleit voor een internationaal aanvaarde, strikte definitie: politiek of ideologisch gemotiveerd geweld dat angst en grote schade wil veroorzaken. Religie moet daar niet als afzonderlijk criterium in staan om discriminatie te voorkomen. Regeringen gebruiken volgens hem vage terrorismewetten tegen dissidenten, journalisten, mensenrechtenverdedigers, klimaatactivisten en demonstranten. Duffy noemt voorbeelden uit Tunesië en Turkije, waar rechters en een arts na kritiek op de regering of een publiek optreden van terrorisme werden beschuldigd.
Ook in westerse landen ziet Saul deze ontwikkeling. Hij bekritiseerde het Britse verbod op de pro-Palestijnse actiegroep Palestine Action en wijst erop dat in Nederland een motie is aangenomen om Antifa als terroristische organisatie aan te merken. In Malta worden drie jonge vluchtelingen, de El Hiblu-3, al jaren vervolgd voor terroristische misdrijven nadat zij in 2019 op een schip met vluchtelingen een terugkeer naar Libië voorkwamen. Volgens hun advocaat voorkwamen zij juist paniek en een levensgevaarlijke terugzending; toch riskeren twee van hen levenslang.
Financiële en administratieve regels vormen volgens Saul en Duffy een minder zichtbare vorm van onderdrukking. Strenge voorschriften tegen terrorismefinanciering maken het voor ngo’s, humanitaire organisaties en zelfs advocaten moeilijk om bankrekeningen te openen of geld te ontvangen. Daardoor worden juist organisaties die in conflictgebieden mensenrechten verdedigen in hun werk belemmerd.
De auteurs zien weinig kans op internationale berechting van de verantwoordelijken. De VN-Veiligheidsraad is door het vetorecht verlamd en het onderzoek naar Amerikaanse martelingen bij het Internationaal Strafhof werd stilgelegd. Volgens Saul moedigt het gebrek aan kritiek en vervolging andere regeringen aan dezelfde koers te varen. Toch houdt hij hoop: machthebbers en politieke perioden veranderen, internationale verdragen en het oorlogsrecht bieden nog altijd belangrijke kaders en maatschappelijke organisaties blijven zich inzetten. Juist de mensen die ondanks bedreiging, marteling en arrestatie voor mensenrechten opkomen, verdienen volgens hem blijvende internationale steun.
Vandaag Inside: Oncoloog Joost Boormans bij Vandaag Inside: ‘De ontwikkelingen rond kanker gaan nu echt heel snel’