De ontheiliging van het vooruitgangsdenken
In dit artikel:
De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie wordt vaak gepresenteerd als onvermijdelijke vooruitgang die de mensheid veel voordelen zal brengen. Bedrijven als Google, OpenAI en Anthropic concurreren fel om steeds krachtigere modellen te bouwen en investeren miljarden in de ontwikkeling van superintelligentie. Volgens Pieter Ariese, adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, blijft daarbij echter onderbelicht wat deze technologie kost.
Achter een eenvoudige prompt op een computerscherm schuilt een omvangrijke keten van data, rekenkracht, infrastructuur en arbeid. Voor het trainen van AI zijn grote hoeveelheden gegevens en zware computers nodig. Sinds 2022 zijn de investeringen in datacenters wereldwijd verdubbeld tot 500 miljard dollar in 2024. Een datacenter voor AI-training kan evenveel elektriciteit gebruiken als 100.000 huishoudens. In Nederland verbruikten datacenters in 2024 al 4,6 procent van alle elektriciteit; netbeheerders verwachten dat dit aandeel in 2030 tot ongeveer 15 procent stijgt. De hyperscalers nemen bovendien schaarse grond in beslag die ook nodig is voor woningen, landbouw en natuur.
Ook mensen vormen een onzichtbare schakel in de AI-productie. Naast ontwikkelaars en werknemers die datacenters bouwen en onderhouden, zijn er arbeidskrachten nodig om data te beoordelen en systemen te trainen. Zij krijgen soms schokkende beelden en misleidende informatie te verwerken. Grote technologiebedrijven besteden dit werk geregeld uit aan onderaannemers in landen als Kenia, India en de Filipijnen, waar werknemers volgens de auteur vaak zwaar worden onderbetaald.
De ethische discussie richt zich meestal op de vraag hoe AI verantwoord gebruikt kan worden, maar veel minder op de vraag welke prijs de ontwikkeling ervan mag hebben. Ariese waarschuwt dat wat sneller, beter of efficiënter kan, al snel als noodzakelijk wordt beschouwd. Daarmee dreigt technologie niet langer een middel voor mensen te zijn, maar een systeem waaraan mensen zich onderwerpen.
De Franse socioloog en theoloog Jacques Ellul waarschuwde hier al in de jaren vijftig voor. Hij zag technologie als een autonome maatschappelijke logica die zichzelf steeds verder uitbreidt en boven kritiek verheven kan raken. In het digitale tijdperk betaalden mensen bijvoorbeeld met hun persoonsgegevens voor ‘gratis’ diensten, terwijl AI gebruikmaakt van grote hoeveelheden menselijke kennis en creativiteit.
Christenen worden volgens Ariese daarom opgeroepen technologie te ‘ontheiligen’: niet door zich volledig aan het systeem te onttrekken of activistisch elk gebruik af te wijzen, maar door technologie niet als verlosser te behandelen. Kritisch blijven kijken naar de verborgen kosten en weigeren vooruitgang als vanzelfsprekend te aanbidden, kan een vorm van christelijk verzet zijn.
Vandaag Inside: Wilfred Genee hoort bloedordinaire opmerking van Merel Ek: ‘Dit kan toch niet?!’