De ontembare passie van koningin Elisabeth en hoe die zich vertaalde in de Elisabethwedstrijd
In dit artikel:
Morgen begint de Koningin Elisabethwedstrijd, dit jaar met extra aandacht voor de 150e geboortedag van Koningin Elisabeth — de vrouw die in 1937 het concours op gang bracht en er decennialang het gezicht van bleef. Elisabeth Gabriëlle Valérie Marie Wittelsbach werd op 25 juli 1876 nabij München geboren als dochter van hertog Karel-Theodoor en Marie-José van Bragança. Haar opvoeding in kastelen tussen kunstenaars en wetenschappers — haar vader was oogarts, pianist en bevriend met componisten als Brahms — legde de basis voor een levenslange liefde voor muziek. Als kind was ze levendig, sportief en eigenzinnig; ze leerde meerdere talen en instrumenten.
In 1900 trouwde ze met de Belgische kroonprins Albert nadat de twee elkaar hadden ontmoet in 1897. Tijdens de regeringstijd van Albert en Elisabeth kreeg België zware klappen in de Eerste Wereldoorlog. Het koningspaar verbleef tijdens de bezetting in villa Maskens in De Panne. Elisabeth toonde organisatorisch talent: ze hielp het Rode Kruis herstructureren, zette noodhospitalen op dicht bij het front en bezocht talloze gewonde soldaten. Naast verzorging realiseerde ze culturele opvang: benefitconcerten met het orkest dat ‘Symphonie Royale’ heette werden opgezet in militaire ziekenhuizen en zelfs in de Royal Albert Hall. Ze haalde gerenommeerde musici naar België en regelde praktisch alles — van instrumententransport tot programmering — om door muziek troost en afleiding te bieden.
Na de oorlog bleef zij zich inzetten voor het muzikale leven. Als gastvrouw in De Panne en later op Stuyvenberg in Laken ontving ze componisten en uitvoerders, onder wie Eugène Ysaÿe, die haar een tijd persoonlijk vioolles gaf. In 1937 zette Elisabeth, met steun van Belgische industriëlen, de Internationale Wedstrijd Eugène Ysaÿe op poten om Belgische klassieke muziek te promoten en talent te stimuleren. Toen buitenlandse — vooral Sovjet — deelnemers vervolgens beter presteerden dan de lokale kandidaten, leidde dat tot het oprichten van de Muziekkapel Koningin Elisabeth en residentiële opleidingsprogramma’s op een landgoed in Waterloo. In 1951 kreeg de wedstrijd officieel haar huidige naam als eerbetoon aan Elisabeth. Ze woonde concoursen bij tot op hoge leeftijd, vaak in een rolstoel; haar laatste aanwezigheid was in 1964.
Elisabeth combineerde serieuze muzikale interesse met wetenschappelijke nieuwsgierigheid. In 1938 zette ze een project op om het gezang van vogels in de tuinen van Laken vast te leggen. Met behulp van de geluidstechnicus Ludwig Koch werden nachtelijke opnames gemaakt — zij assisteerde zelfs door vogelgeluiden na te bootsen om de zang voort te lokken — wat resulteerde in meer dan 200 grammofoonplaten.
Persoonlijke tegenslag trof haar toen koning Albert verongelukte; ze raakte tijdelijk van de muziek los maar hervond later haar passie en speelde voor haar kleinkinderen. Tot kort voor haar dood bijbleef ze actief in de muziekscène: ze volgde lessen in Parijs, reisde naar concerten en wedstrijden zoals die van haar vriend Pablo Casals, en onderhield contacten met figuren als Albert Schweitzer. Koningin Elisabeth overleed in november 1965 op 90‑jarige leeftijd; haar geliefde Stradivarius lag naast haar sterfbed.
Haar nalatenschap leeft voort in de wedstrijd die haar naam draagt: een internationaal prestigeconcours dat zijn wortels heeft in haar inzet voor muzikale opleiding, culturele diplomatie en de overtuiging dat muziek zelfs in donkere tijden essentieel is voor troost en vernieuwing.