De ondraaglijke, gevaarlijke lichtheid van Dilan Yesilgöz
In dit artikel:
Maandag woonde de schrijver de Kerdijklezing bij in sociëteit De Witte in Den Haag, waar Dilan Yesilgöz het woord voerde. In plaats van het gebruikelijke grote ideeënprogramma — de lezing is vernoemd naar de progressief-liberale Anton Kerdijk en trekt doorgaans inhoudelijke speeches van partijleiders — leverde Yesilgöz volgens de auteur een oppervlakkig, populistisch betoog. Haar verhaal draaide om minder overheid en meer ruimte voor ondernemers, met retoriek die sterk deed denken aan Mark Rutte en aan het laissez‑faire‑denken van Ayn Rand; inhoudelijk werd het portfolio van ideeën geschetst als weinig origineel en verouderd.
De spreker vond zichzelf in de traditie van Kerdijk, maar dat strookte slecht met de historische context: Kerdijk was juist een ‘paternalistisch liberaal’ die zich inzette voor maatschappelijke bescherming en coöperaties. Yesilgöz zou niet veel blijk hebben gegeven van maatschappelijke betrokkenheid en zou zelfs tegenstrijdig hebben gesproken over het herstellen van vertrouwen terwijl zij de overheid onbetrouwbaar noemde. De auteur vindt haar retoriek naïef en feitelijk kwetsbaar — zelfs onvriendelijk tegenover de waarheid — en vergelijkt haar woordgebruik met dat van iemand die weinig gelezen of doordacht heeft.
De kritiek reikt verder dan stijl: er is politieke zorg over de rol die Yesilgöz in de coalitie speelt. In een politiek landschap waarin het minderheidskabinet voortdurend naar meerderheden zoekt, waarschuwt de columnist dat zij haar partners kan wegmanoeuvreren en buiten de coalitie steun kan zoeken, ook van ultrarechtse fracties. Het regeerakkoord laat ruimte voor andere partijen om via steun aan kabinetstegenstellingen hun eigen ideologische winsten te boeken, iets wat volgens de auteur het risico op instabiliteit vergroot. De vraag is of leidinggevenden als Rob Jetten en Henri Bontenbal haar kunnen beteugelen.
Kort gezegd: wat traditioneel een platform is voor bedachtzame, maatschappelijk gerichte lezingen werd door Yesilgöz benut voor een vlak, ondernemervriendelijk en politiek risicovol betoog. De schrijver eindigt met de suggestie dat de minister van Defensie wellicht meer ambitie heeft dan haar formele portefeuille doet vermoeden — ze zou de tweede kapitein willen zijn.