De onderdanige, pro-Amerikaanse houding van buitenlandminister Van Weel verraadt een gebrekkig machtsdenken
In dit artikel:
Op 19 januari 2026 dreigde president Donald Trump met importheffingen tegen acht Europese landen, waaronder Nederland, als reactie op een aangekondigde militaire verkenningsmissie naar Groenland—een maatregel die volgens het Witte Huis bedoeld is als straf voor Europese inzet in het Arctische gebied. Groenland hoort bij het Deense koninkrijk en staat al langer in Trumps retoriek als een gebied van strategisch belang; hij heeft zelfs gesuggereerd dat annexatie een optie is.
Demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel stond centraal in de Nederlandse reactie. Hij sprak zich herhaaldelijk uit voor steun aan Denemarken en probeerde begrip te tonen voor Amerikaanse veiligheidszorgen, maar werd na de officiële aankondiging van Nederlandse deelname (twee militairen, inmiddels teruggekeerd) verrast door Trumps vergaande stap. Via X meldde Van Weel dat hij kennis had genomen van de tarieven en verdedigde hij de oefen- en verkenningsactiviteiten als bijdragen aan de veiligheid in het Arctisch gebied. Een dag later noemde hij Trumps stap bij WNL op Zondag ‘chantage’ en zei hij ‘zeer verrast’ te zijn.
De opinie in het artikel is scherp over de Nederlandse koers: sinds de aantreden van Trump heeft Den Haag volgens de schrijver te vaak Amerikaanse standpunten overgenomen zonder kritisch tegengeluid. Van Weel zou kritiekloos Amerikaanse beweringen hebben herhaald dat Russische en Chinese schepen een groeiend gevaar vormen nabij Groenland, terwijl Scandinavische diplomaten en militaire bronnen daarentegen melden dat dergelijke aanwezigheid al jaren niet is waargenomen. Die discrepantie illustreert volgens de auteur een gebrekkig eigen machtsdenken.
Historische context wordt aangevoerd om de huidige houding te duiden: Nederland heeft traditioneel een sterke pro-Amerikaanse oriëntatie — voorbeelden zijn eerdere politieke steun aan de Amerikaanse inval in Irak en de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot NAVO-secretaris-generaal. Van Weel zelf zei onlangs dat Nederland zich moet verhouden tot grootmachten en “in macht moet leren denken”, maar stelde tegelijk dat de keuze tussen de VS, Rusland en China valt en dat hij “elke dag van de week” de Amerikanen prefereert, mits op gelijke voet—waarbij Europa weinig gewicht leek te krijgen.
De kernboodschap van het stuk is dat de Pax Americana voorbij is en dat Nederland niet langer blind op de Verenigde Staten kan leunen. Andere landen, zoals Canada, zoeken inmiddels diversificatie van hun relaties (bijvoorbeeld met China) om minder afhankelijk te zijn van Washington. De auteur roept Den Haag op te erkennen dat een ondergeschikte positie binnen het Amerikaanse imperium realistisch is, en pleit ervoor dat de volgende minister van Buitenlandse Zaken concreet begint met het verminderen van die afhankelijkheid.