De onbetwiste macht van ayatollah Khamenei: hoe Iran werd gevormd door streng religieus leiderschap
In dit artikel:
De krant meldt dat de Iraanse Opperste Leider Ali Khamenei is omgekomen bij Amerikaanse en Israëlische aanvallen; het stuk gebruikt zijn dood als aanleiding voor een profiel van een man die uit armoede omhoog kroop, zes keer werd opgepakt, een aanslag overleefde en decennialang vrijwel ongeëvenaarde macht had in Iran.
Khamenei werd geboren in Mashad in een gezin van bescheiden middelen; zijn jeugd speelde zich af in een klein huis met één kamer. Al vroeg voelde hij zich aangetrokken tot de islamitische beweging tegen de sjah. Eind jaren vijftig trok hij naar het religieuze centrum Qom, waar hij leerling werd van ayatollah Ruhollah Khomeini. Zijn activisme leidde tot meerdere arrestaties, martelingen en ballingschap. Een bomaanslag met een bandrecorder kostte hem een armfunctie en beschadigde zijn stembanden, maar hij overleefde.
Na de revolutie van 1979 groeide Khamenei uit tot een van Khomeini’s vertrouwelingen. In oktober 1981 werd hij president; na Khomeini’s dood in 1989 nam hij diens positie als Opperste Leider over, mede doordat de grondwet voor hem werd aangepast. Als rahbar droeg hij zwarte tulband en een gezaghebbende status: gedurende bijna 37 jaar was hij de onbetwiste machthebber — de langstzittende leider in het Midden-Oosten.
Zijn bevoegdheden waren uitgebreid. Artikel en onderzoek geven hem controle over belangrijke instituties: invloedrijke benoemingen, de Raad der Hoeders die wetten toetst aan religie en grondwet, het opperbevel over leger, politie, de Islamitische Revolutionaire Garde en de paramilitaire Basij, en uitgebreide economische belangen via Setad — een organisatie die door beslagleggingen enorme vermogens verwierf en diep wortelt in verschillende sectoren.
Op het internationale toneel profileerde hij zich als felle criticus van Israël, de Verenigde Staten en het Westen, steunde gewapende bondgenoten zoals Hezbollah en de Houthi’s, en bepleitte kerncapaciteit om onafhankelijkheid van het Westen af te dwingen. Binnen Iran was zijn gezag niet onbetwist: verschillende presidentsambtsdragers probeerden eigen koers te varen en massale protesten, mede aangewakkerd door economische sancties en hard optreden tegen demonstranten en vrouwen, richtten zich vaak indirect ook tegen hem.
Wie zijn opvolger wordt is onzeker. Zijn zoon Mojtaba speelde de laatste jaren een zichtbaardere rol, maar de vraag blijft of de Iraanse jeugd en politieke elites een voortzetting van het systeem willen of een andere staatsvorm nastreven.