NU+ | Pippi Langkous op ski's: de olympiër die haat over zich heen kreeg
In dit artikel:
Eddie Edwards — beter bekend als "Eddie the Eagle" — geldt als één van de bekendste excentrieke deelnemers uit de geschiedenis van de Winterspelen. In 1988 sprong de Brit op de schans, oefende hard maar bleef ver achter bij de beroepsspringers; hij eindigde als laatste en werd een cultfiguur. Dat soort kleurrijke outsiders bleef opduiken: langlaufers uit tropische landen, rodelaarsters met overgewicht en in 2014 violiste Vanessa Mae, die namens Thailand ging skiën en eveneens onderaan eindigde.
Het Internationaal Olympisch Comité schroefte daarna de kwalificatieregels aan omdat zulke deelnemers het “sportieve aanzien” van de Spelen zouden ondermijnen — al glippen soms nog mensen door de mazen van het net. Een recent voorbeeld is Elizabeth Swaney, een Amerikaanse met Hongaarse grootouders, die in 2018 namens Hongarije op de halfpipe in Pyeongchang uitkwam. Swaney wist zich te plaatsen door consequent aan veel internationale wedstrijden deel te nemen en zo punten te vergaren; haar tactiek was juridisch toegestaan maar sportief omstreden.
Op de piste toonde ze veilige, onopvallende runs zonder sprongcombinaties en werd ze laatste. In tegenstelling tot Edwards leverde dit vooral veel kritiek en beschuldigingen van “valsspelen” op. Swaney zelf lijkt onvermijdelijk door te gaan met haar olympische aspiraties: ze heeft als doel om in 2028 terug te keren, ditmaal als gewichtheffer.