De olieprijzen dalen weer hard, terwijl benzine niet eerder zo duur was
In dit artikel:
Woensdag daalden de olieprijzen scherp nadat leidende betrokkenen positief over de Iranoorlog berichtten, wat beleggers optimismere verwachtingen gaf over een mogelijk einde van het conflict. De Amerikaanse president Donald Trump meldde dat er grote vooruitgang is geboekt in de gesprekken, waarbij Pakistan’s premier Shehbaz Sharif als bemiddelaar optreedt tussen Washington en Teheran. Amerikaanse olie verloor bijna 10% en noteerde rond $92,20 per vat; Brentolie zakte circa 8,5% naar $100,40 per vat.
Die daling zette de Amsterdamse beurs opwaarts: de AEX klom woensdagmiddag naar een nieuw tussentijds record van 1.034,44 punten. Voor consumenten aan de pomp levert het lagere olieprijsniveau voorlopig echter geen verlichting op. De adviesprijs voor Euro95 benzine bereikte opnieuw een record van bijna €2,65 per liter (een cent hoger dan een dag eerder); Euro98 staat op €2,84. Diesel bleef stabiel op €2,587 per liter, onder het record van 8 april.
Nederlandse automobilisten merken verschil tussen tankstations: snelwegtankstations hanteren vaak de adviesprijs, elders zijn prijzen tientallen centen lager. Veel Nederlanders kiezen voor tanken in het buitenland: door accijnsverlagingen ligt benzine in Duitsland vaak onder €2 en in België rond €1,85–1,90 per liter. Dat zet grensstreekondernemers onder druk; het kabinet is niet van plan accijnzen te verlagen.
Sinds het begin van het conflict eind februari is ruwe olie ongeveer 50% duurder geworden, doordat honderden miljoenen vaten uit de Perzische Golf van de markt verdwenen. Bovendien wordt het scheepvaartverkeer via de Straat van Hormuz belemmerd door zowel Iraanse beperkingen als Amerikaanse tegenmaatregelen.