De officiële curlingsteen wordt gemaakt van graniet dat op een onbewoond eiland is te vinden: dit is de reden
In dit artikel:
Op het piepkleine Schotse eiland Ailsa Craig (minder dan 1 km²) wordt eens per tien jaar een lading graniet aangevoerd die de basis vormt voor de officiële curlingstenen die bij alle grote toernooien, inclusief de Olympische Winterspelen, worden gebruikt. Eén producent heeft de exclusieve vergunning om het bijzondere gesteente van dat eiland te winnen.
Het graniet van Ailsa Craig komt in twee typen: het zeer taaie Common Green zorgt dat stenen herhaaldelijk tegen elkaar kunnen botsen zonder te barsten, terwijl het fijnkorrelige Blue Hone slijtvast is bij langdurig contact met ijs en water. Steenhouwers bewerken beide soorten vrijwel met de hand tot één massieve steen van ongeveer 20 kilogram, waarin een schroef en kunststof handvat worden geplaatst.
Hoewel het geluid van grootschalige winning roept dat het eiland kaal zou raken, is dat niet aan de orde: Ailsa Craig bevat naar schatting zo’n 400 miljoen ton graniet, en de exploitant mag slechts 25.000 ton per decade afvoeren — voldoende om de voorraad eeuwenlang te behouden. Een officiële curlingsteen kost ongeveer €800; voor één wedstrijd zijn zestien stenen nodig, maar de Olympische deelnemers hoeven die niet zelf mee te nemen; het IOC regelt ze, zoals bij de Spelen in Milaan.
Goedkopere alternatieven bestaan (tweedehands of stenen van andere locaties, bijvoorbeeld Wales), wat de sport toegankelijker maakt. Nederland heeft dit jaar in Milaan geen kwalificanten voor curling.