De Noordzee heeft dringend oesterriffen nodig en dit bedrijf weet een oplossing
In dit artikel:
Eeuwenlang lagen uitgestrekte riffen van oesters en andere schelpdieren op grote delen van de Noordzeebodem; door visserijactiviteiten en ziekten zijn die bijna volledig verdwenen. Met Rifherstel-XL wil Natuurversterking Noordzee dat plaatje veranderen: tussen nu en 2030 worden op proef verschillende methoden getest om riffen terug te brengen en zo de onderwaternatuur te versterken.
In de loodsen van Zeeschelp bij de Oosterschelde laat Marco Dubbeldam zien hoe kwetsbaar en precies het begin van een oesterleven is. Oesterlarven zwemmen eerst vrij rond, eten algen en hebben daarna een paar dagen waarin ze moeten „kiezen” waar ze zich vastzetten; eenmaal gehecht blijven ze hun hele leven op die plek. Kwekers laten larven daarom vaak op kleine kalkdeeltjes groeien zodat de jonge oesters later losser aanvoelen en makkelijker commercieel te hanteren zijn. Voor rifherstel zijn juist vaste, robuuste hechtingsplaatsen nodig: betonblokken met stervorm (tetrapods) en andere structuren waarop oesters zich gelijkmatig kunnen vestigen zonder door zand bedolven te raken.
Rifherstel-XL is een samenwerking van het ministerie, ingenieursbureaus, onderzoeksinstituten (zoals NIOZ) en ngo’s, ondersteund met middelen uit het klimaatfonds: van de totale 150 miljoen euro voor Natuurversterking Noordzee is 26 miljoen bestemd voor dit project. In de komende vier jaar worden proefvelden ingericht en geëvalueerd. Eén experiment draait om stervormige betonblokken die in bassins worden ingelegd met miljoenen oesterlarfjes, gevoed door algenkweek, zodat ze zich snel en goed verspreid op het oppervlak vastzetten. Als de oesters na ongeveer een jaar groot genoeg zijn, worden de blokken op een harde zeebodem gedropt om te kijken of ze uitgroeien tot een zelfvoorzienend rif.
Een tweede proef gebruikt holle bakstenen als mini-habitats: daarop vestigen zich niet alleen oestertjes, maar de holtes bieden ook ruimte voor veel ander zeeleven. Voor deze methode worden in totaal zo’n acht miljoen minuscule oesterbroedjes uitgezet. Daarnaast experimenteert het project met verschillende mosseltypen: op de Doggersbank wordt door Ark Rewilding Nederland en Stichting Doggerland gewerkt aan herstel van paardenmosselen, en op andere locaties wordt getest of gewone mosselen aan met drijvers omhooggehouden touwen kunnen groeien.
Er wordt ook gekeken naar alternatieve kunstmatige rifvormen: afgedankte en geroofde fruitbomen werden in de Waddenzee al met succes ingezet en schaalmodellen zijn getest in een stromingskanaal van TU Delft om te bepalen welke vormen bestand zijn tegen de Noordzeekrachten. Deze houtstructuren zouden op sommige plekken een goedkoper, ecologisch aantrekkelijk alternatief kunnen vormen voor beton.
Belangrijke knelpunten zijn bekend: oesterlarven zijn gevoelig tijdens de metamorfose van vrij zwemmend naar vastgezet leven en overleven die overgang alleen als voeding, temperatuur en licht meewerken. Op de lange termijn is het ook essentieel dat uitgezette oesters voldoende genetische variatie hebben en resistentie tegen ziekteverwekkers zoals de eencellige parasiet Bonamia. Dubbeldam laat zien dat Zeeschelp daarmee rekening houdt door ouderdieren te selecteren die minder gevoelig zijn voor die parasiet.
Rifherstel-XL test de blokken op een proefvak van twee bij twee kilometer (400 hectare) — een schaal die voor het eerst „XL” genoemd mag worden, maar relatief klein blijft ten opzichte van de hele Noordzee. Als uit de proeven duidelijk wordt welke methoden het beste werken, is opschaling het doel: recreëren van riffen die zichzelf reproduceren, water filteren en een thuis bieden aan tal van andere zeeorganismen. Tot die zelfvoorzienende systemen er zijn, vindt de voortplanting van oesters grotendeels plaats in beschermde tanks en bassins, waar onderzoekers en kwekers nauwgezet het proces sturen en verbeteren.
Vandaag Inside Oranje: Chris Woerts slaat terug na uitspraken van Wesley Sneijder: 'Wat een mafkezen, joh!'