De nieuwe partij Pro is weldegelijk sociaal-democratisch

maandag, 6 april 2026 (19:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De fusie tussen GroenLinks en PvdA kreeg begin april 2026 een nieuwe naam: Progressief Nederland (Pro). Die keuze leidde tot felle discussie over wat een partijnaam eigenlijk communiceert: is taal volledig maakbaar, of blijven woorden beladen door hun voorgeschiedenis? Commentatoren wisselden van mening en wezen erop dat het label ‘progressief’ niet waardevrij is maar een lange linkse traditie oproept.

Sommigen, zoals NRC-journalist Guus Valk, merkten op dat de expliciete verwijzing naar ‘links’ in de naam verdwenen lijkt; anderen maakten vergelijkingen met D66 (Roel Maalderink grapte over “PRO26”, Hubert Smeets suggereerde affiniteiten met ideeën die ooit door D66 werden gepromoot). Tegelijkertijd wijzen historici en betrokkenen erop dat het streven naar brede progressieve samenwerking veel ouder is dan D66: het is geworteld in de Doorbraak en de oprichting van de PvdA in 1946, en in het naoorlogse democratisch revisionisme dat in de jaren dertig en veertig respondde op de crisis en het fascisme. Dat denkraam stelde dat sociaal-democratische doelen niet vanzelf zouden ontstaan uit klassenstrijd alleen, maar bereikt moesten worden via allianties en hervormingen.

De tekst van het fusiedocument, het zogenaamde Progressief pleidooi, bevestigt deze plaatsing in een klassieke progressieve traditie. Inhoudelijk is het geen onschuldig marketingstukje maar een ideologisch getinte oproep: het gebruikt strijdterminologie, ziet de versnippering van het politieke landschap als een nieuwe vorm van verzuiling en wijst rechtse politiek aan als factor die mensen van elkaar scheidt. Daarmee profileert Pro zich expliciet als voortzetting van het politiek-revisionistische spoor dat onder meer door Joop den Uyl werd uitgedragen — met thema’s als dekolonisatie, versterking van de verzorgingsstaat, onderwijsvernieuwing en ondernemingsdemocratie — en dat in 1972 leidde tot het Keerpunt-programma en de ‘progressieve drie’.

Kritiek dat Pro de sociaal-democratie achter zich zou laten (zoals door Ad Melkert gesuggereerd) wordt in het artikel verworpen: de nieuwe partij plaatst zich juist binnen die lange traditie van progressieve machtsvorming. Persoonlijke reservaties over de afkorting ‘Pro’ — associaties met commerciële branding — worden erkend, maar ook het besef dat woorden politiek werken en verwachtingen wekken.

Kortom: de naamskeuze van GroenLinks-PvdA is meer dan stijl; het is een politieke positionering die expliciet wil oproepen tot brede, progressieve samenwerking en historische continuïteit met decennia van links-revisionistische strategieën. De naam zal verwachtingen scheppen en het debat over koers en identiteit van de nieuwe partij blijven kleuren.