De nieuwe Connie Palmen of de geschiedenis van de hel van Breendonk: boeken om naar uit te kijken dit najaar
In dit artikel:
De herfst is traditioneel het drukste boekenseizoen. Uitgevers brengen dit jaar een brede oogst aan Nederlandstalige fictie, non-fictie, vertalingen, kinderboeken, poëzie en strips.
Bij de fictie verschijnt op 1 september bij Prometheus Connie Palmens zevende roman, ‘Johnnie Walker’. In dit persoonlijke boek onderzoekt ze haar langdurige relatie met alcohol, die in 1977 begon met haar eerste whisky. Erwin Mortier voert in ‘Gustave en wij’ een literaire dialoog met Gustave Flaubert. Door te schrijven vanuit het perspectief van mensen uit Flauberts omgeving belicht hij diens leven en obsessieve schrijverschap. Het boek verschijnt op 3 oktober bij De Bezige Bij. Arnon Grunbergs ‘Himmler in New York’ komt op 3 november uit bij Nijgh & Van Ditmar. Hoofdpersoon H, een Amerikaanse postzegelontwerper en verre verwant van Heinrich Himmler, raakt in een crisis nadat de moeder van zijn zoon wordt ontvoerd. Schuld, noodlot, ontrouw, mededogen, Gaza en Duitsland vormen belangrijke thema’s.
Ook historische non-fictie krijgt veel aandacht. Rond het fort van Breendonk verschijnen later dit najaar bij VRT een fictiereeks, documentairereeks en podcast. Het voormalige kamp, waar tussen 1940 en 1944 verzetsmensen, politieke tegenstanders en Joden werden opgesloten, mishandeld en geëxecuteerd, staat centraal in nieuw onderzoek van historicus Dimitri Roden. Daarnaast verschijnt ‘Wij hopen op vreugd na geween. Breendonk 1940-1945’ van Jos Vander Velpen en wordt Patrick Nefors’ standaardwerk over het kamp heruitgegeven.
Matthias M.R. Declercq brengt in ‘Tanana. Weg van de wereld in Alaska’ verslag uit van vier seizoenen in een afgelegen dorp in Alaska. Hij volgt het spoor van een Belgische dorpsgenote die er in de jaren zestig naartoe emigreerde en beschrijft zowel de overweldigende natuur als de veerkracht van de inwoners. Het boek verschijnt op 8 september bij De Bezige Bij. ‘Boeken die blijven’ van Lannoo, dat op 29 september verschijnt, biedt context, weetjes en vragen bij de vernieuwde canon van de Nederlandstalige literatuur, met werken van onder anderen Reynaert, Willem Elsschot, Anne Frank en Bernlef.
Onder de vertalingen vallen verschillende bekende auteurs op. Benjamin Moser onderzoekt in ‘Antizionisme’ een Joodse intellectuele traditie die kritisch staat tegenover het zionisme en betwist dat antizionisme automatisch antisemitisme betekent. Het boek verschijnt op 8 september bij De Arbeiderspers in twintig landen tegelijk. In ‘Het werkelijke leven’ bundelt Nobelprijswinnares Annie Ernaux autobiografische teksten over herinnering en literatuur die nog niet eerder in het Nederlands verschenen; de uitgave komt op 13 oktober. Emmanuel Carrère vertelt in ‘Kolchoze’ het familie- en historische verhaal van zijn moeder, de Frans-Georgische historica en politica Hélène Carrère d’Encausse. Dat boek verschijnt op 30 september.
Voor kinderen en jongeren verschijnen onder meer het uitklapprentenboek ‘Fabians feest’ van Marit Törnqvist, over een jongen die fantaseert over een groot feest, en ‘Anders’ van Diane Broeckhoven. Dat youngadultverhaal volgt de zeventienjarige Loes, die toenadering zoekt tot een nieuwe klasgenoot en ontdekt dat hij anders is dan verwacht. Paul Demets richt zich in de dichtbundel ‘Echt zo’ op lezers vanaf ongeveer veertien jaar. Zijn gedichten gaan over verlies en identiteit en worden geïllustreerd door zijn dochter Judith.
De poëzieoogst bevat verder ‘Koper, brons, goud’ van Max Temmerman, met 52 gedichten voor een jaar. Lisette Ma Neza onderzoekt in ‘Hoeveel koeien ben ik waard’ wat bruidsschat, menswaardigheid en zeggenschap over het eigen lichaam betekenen, vanuit haar band met Rwanda. Moya De Feyter publiceert ‘Het hart lacht als niemand kijkt’, een zintuiglijke bundel waarin mensen, dieren en landschappen vervreemdende vormen aannemen. De bundel verschijnt op 27 oktober bij Pelckmans.
Ook de graphic novel is goed vertegenwoordigd. De zussen Hind en Fatima-Zahra Eljadid verwerken hun moeilijke jeugd in ‘In de kantlijn’, een rauw coming-of-ageverhaal over een meisje dat rond de eeuwwisseling opgroeit in een Antwerpse achterstandswijk. Judith Vanistendael verplaatst haar beeldroman ‘De waterlanders’ naar 2071, wanneer klimaatverandering grote delen van Europa onbewoonbaar heeft gemaakt. De jonge Tommie belandt met zijn grootmoeder en overgrootmoeder in Noorwegen en zoekt er zijn vermiste ouders. In ‘Mater Mundi’ gebruikt Veerle Hildebrandt mythologie voor een fabel over een nieuwe orde en de kracht van moederliefde.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie