De nepheid in marketing? Daar heeft AI niks mee te maken
In dit artikel:
In marketingkringen laait een debat op: veel vakmensen vinden AI-gegenereerde content gevoelloos en ongeauthentiek. De auteur draait die uitspraak om en betoogt dat wat men nu als “nep” aanwijst, al decennialang de kern van reclame is: opgemaakte werkelijkheid ontworpen om te verleiden.
Wie en wat: merken, reclamebureaus, influencers en consumenten spelen alle rollen in hetzelfde toneelstuk. Van voedselstyling (maaltijden die onbruikbaar zijn om op te eten) en gephotoshopte modellen tot vliegtuigadvertenties die businessclass-sferen beloven voor economy-reizen en makelaarsfoto’s met groothoeklenzen en digitale luchten — marketing is traditioneel een gestileerde droom. Ook influencers die “spontaan” lijken zijn vaak gescript, gefilterd en gesponsord; voorbeelden lopen van gehuurde privéjet-sets tot de mislukking van het Fyre Festival (2017), dat perfect gestylede promoties tegenover een verwoeste realiteit plaatste.
Waar en wanneer: dit speelt momenteel op sociale media, tv en reclamecampagnes wereldwijd — met studio’s in steden als Los Angeles en zelfs in Rusland die sets aanbieden voor de illusie van luxe. De recente discussie richt zich specifiek op nieuwe generatieve AI-tools die teksten, afbeeldingen en video’s kunnen maken.
Waarom de verontwaardiging selectief is: volgens de schrijver is de weerstand tegen AI vooral een kwestie van gewenning en eigenbelang. Praktijken als retouching, filters en gesponsorde content worden breed geaccepteerd, maar zodra een algoritme hetzelfde doet ontstaat morele afkeer. Dat heeft deels te maken met angst voor verdringing: als AI sneller en overtuigender kan produceren, wordt de rol van de mens in vraag gesteld.
Kernargument: gereedschap bepaalt niet de waarde van de uitkomst. Of iets gemaakt is met lijm en props, een dure fotostudio of met een AI-prompt, maakt niet uit voor de echte maatstaf: het concept, de creativiteit en de uitvoering. Slechte ideeën blijven slechte ideeën, ongeacht het instrument; goede ideeën blijven overtuigen, ook als AI eraan meewerkt. AI wordt gezien als een volgend, krachtig instrument dat marketing slimmer en schaalbaarder kan maken — mits het wordt ingezet binnen een sterk concept en ethisch kader.
Consument als medeplichtige: mensen consumeren graag droombeelden en weten vaak dat die niet de alledaagse realiteit weerspiegelen. Die bereidwilligheid maakt de hele illusie-economie mogelijk; merken en publiek houden elkaar in stand.
Aanvullende context: de discussie over AI-authenticiteit raakt aan bredere thema’s zoals transparantie, regulering en ethiek in reclame. Praktisch advies zou zijn te focussen op duidelijke merkstrategieën en verantwoordelijkheid bij gebruik van AI — technologie kan creativiteit versterken, maar vereist menselijke sturing en normen.
Extra: de auteur verwijst naar een dieper gesprek met Jerrel Arkes over virtuele influencers en vermeldt dat de bijbehorende illustraties in het artikel met Google’s Imagen zijn gemaakt.