De Nederlandse scepsis over uitdijende Europese begrotingen past in een lange traditie
In dit artikel:
De discussie over de Europese begroting en de koers van de EU laat in Nederland volgens deze column zien hoe beperkt het Europese debat hier vaak is. Aanleiding is de bredere ommezwaai in Europa sinds Mario Draghi vorig jaar in Rimini waarschuwde dat het tijdperk van vanzelfsprekende Europese invloed voorbij is. In een wereld van oorlog, handelstarieven en machtspolitiek zou de EU volgens hem fors meer moeten investeren, industriële politiek moeten voeren en zich opnieuw organiseren om niet verder achterop te raken. Ook Commissievoorzitter Ursula von der Leyen schetste die situatie als een existentiële strijd.
De auteur vindt dat dit besef in Nederland nauwelijks doordringt. Terwijl Europese leiders spreken over honderden miljarden aan extra investeringen en een grotere begroting voor 2028-2034, reageren Nederlandse politici vooral afwijzend. VVD-minister Eelco Heinen noemt die begrotingswens wereldvreemd en partijgenoten zetten de EU graag weg als een linkse geldmachine. De columnist zet daar vraagtekens bij: het nieuwe Europese beleid is niet per se links, omdat een combinatie van industriepolitiek, deregulering en steun aan grote bedrijven juist ook een rechts karakter kan hebben.
Volgens de auteur is Nederlandse euroscepsis bovendien geen nieuw fenomeen. Naast de publieke aversie na het referendum van 2005 wijst hij op een oudere traditie bij elites, met voorbeelden als Gerrit Zalm en topambtenaar Ad Geelhoed, die al in de jaren tachtig en negentig pleitten voor een kleine, marktgerichte EU en een sobere begroting. De kern van het stuk is dat Nederland vasthoudt aan een oud financieel en ideologisch reflexpatroon, terwijl de Europese werkelijkheid inmiddels fundamenteel is veranderd.
De Oranjezomer: Dominique Schreinemachers begrijpt verbanning Ronnie Flex en Lil' Kleine bij Vierdaagsefeesten