De Nederlandse krijgsmacht wordt niet groter, wel anders: Defensie zet vol in op drones
In dit artikel:
Defensie wil de krijgsmacht in hoog tempo technologischer maken. In de gisteren gepresenteerde Defensienota staat dat in 2031 de helft van het militaire effect moet worden geleverd door onbemande systemen, zoals drones en AI-gestuurde middelen. De nadruk ligt daarbij op taken als verkenning, bevoorrading en, indien nodig, het uitschakelen van vijanden op afstand, zodat Nederlandse militairen minder dicht bij het front hoeven te opereren. Volgens minister Dilan Yesilgöz en staatssecretaris Derk Boswijk vergroot dit de bescherming van militairen én de slagkracht van de krijgsmacht.
De nota laat zien dat Defensie uitgaat van een leger dat niet zozeer veel groter wordt, maar anders georganiseerd raakt door robotisering. Eerdere ambities om door te groeien naar 100.000 of zelfs 200.000 personeelsleden worden minder hard uitgesproken. Tegelijk wijst Defensie op de oorlog in Oekraïne als bewijs dat drones een doorslaggevende rol spelen; Nederland ondersteunt daar ook het Oekraïense droneprogramma en kijkt mee met de productie.
Naast offensieve drones investeert Defensie flink in verdediging tegen drones, onder meer met lasers die zwermen onbemande toestellen moeten kunnen uitschakelen. Ook komt er binnen twee jaar een eigen Space Command, zodat Nederland meer zelf satellieten kan inzetten voor militaire waarneming. De financiële ruimte is groot: in 2026 heeft Defensie 28,9 miljard euro beschikbaar, mede door de hogere NAVO-norm. Met dat geld worden onder meer extra F-35’s, helikopters, tanks en marineschepen aangeschaft, plus 350 miljoen euro voor innovatie. Uiteindelijk moet niet alleen het leger, maar de hele samenleving meevoelen dat veiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
Vandaag Inside Oranje: Noa Vahle reageert vanuit Monterrey op Chris Woerts: 'Daar klopt helemaal niks van!'