De natuur heeft officieel nog geen rechten, maar mag wél op tientallen plekken meepraten

dinsdag, 17 maart 2026 (06:34) - Trouw

In dit artikel:

Steeds meer Nederlandse gemeenten en organisaties zoeken manieren om de natuur formeel mee te laten beslissen bij ruimtelijke projecten. Sinds eind 2023, toen Eijsden‑Margraten als eerste gemeente stappen zette, zijn er in totaal voorstellen ingediend in zestien gemeenten om natuurbelangen structureel te waarborgen. Voorbeelden zijn Gouda (aanpassing van de participatieverordening) en Gooise Meren (aanname van een natuurvoorstel op initiatief van GroenLinks).

De aanpak verschilt: veel gemeenten overwegen of benoemen een ‘natuurvoogd’ of stadsecoloog die bij plannen voor wegen, wijken of andere ontwikkelingen namens de natuur inspraak heeft. Andere routes gaan via participatieregels, waarmee burgers ook expliciet als vertegenwoordiger van de natuur kunnen optreden. Initiatieven komen niet alleen van lokale besturen; organisaties als Rechten van de Natuur (initiatiefneemster Jessica den Outer) en Het Nieuwe Instituut in Rotterdam brengen concepten als rechten voor natuur en de zoöp‑constructie (coöperaties waarin natuur een stem krijgt) in praktijk. Het Nieuwe Instituut werkt met een ‘spreker voor de levenden’ die beslissingen toetst aan ecologische belangen; dat leidde bijvoorbeeld tot aanpassingen tijdens het Dakendagenfestival om een mantelmeeuw succesvol te laten broeden.

De beweging sluit aan bij internationale voorbeelden — de Nieuw‑Zeelandse rivier Whanganui wordt vaak genoemd — maar een volledige juridische erkenning van natuurrechten in Nederland zou een landelijke wetswijziging vereisen. Lokale overheden benadrukken echter dat ze al binnen bestaande regels veel kunnen regelen om natuurbelangen mee te wegen. Het doel is niet om natuur altijd voorrang te geven, maar om schade aan ecologische verbindingen en kwetsige plekken te voorkomen en natuur als gelijkwaardig belang in ruimtelijke afwegingen te verankeren.