De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland

dinsdag, 13 januari 2026 (08:02) - Indepen

In dit artikel:

Per 1 januari 2026 heeft Bulgarije de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd, na maanden van massale burgersprotesten in het land. De invoering kwam voort uit een advies van het Europees Parlement (24 juni 2025) dat door een ruime meerderheid werd gesteund, maar het proces stuitte op beschuldigingen van belangenverstrengeling en ophef in Bulgarije zelf. Bulgaarse politici van oppositiepartij Vazrazhdane noemden de gang van zaken politiek theater: volgens hen werden economische cijfers betwist en is de bevolking bij belangrijke beslissingen buitengesloten — een referendum over de euro ging niet door.

De publieke stemming is verdeeld: bijna de helft van de Bulgaren stond eind 2025 negatief tegenover invoering en er is veel wantrouwen richting de regering, die ook aftrad na ruzie over belastingplannen. Tegelijkertijd juichen grote bedrijven en multinationals de stap toe omdat lagere financieringskosten verwacht worden.

Belangrijke economische zorgen betreffen prijsontwikkeling en financiële stabiliteit. Er is vrees voor directe consumentenprijsstijgingen; historisch zagen landen zoals Nederland en Kroatië na invoering tijdelijke inflatiepieken (Nederland: kort stijgend naar ~4,5% na invoer, Kroatië: pieken rond 3–3,8%). Studies tonen dat een deel van die eerste prijsstijging verklaard kan worden door afrondingseffecten en vaak tijdelijk is. Het grotere risico ligt echter bij activa-inflatie: de euro verlaagt rentes en kan kredietzeepbellen, sterk oplopende huizenprijzen en hogere staatsschulden aanwakkeren. Voorbeelden uit de eurolanden (Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje, Cyprus) laten zien dat gemakkelijke toegang tot goedkoop krediet na toetreding tot moeilijke financiële trajecten kan leiden, soms met noodsteun van andere lidstaten. In Kroatië steeg de overheidsschuld al flink nadat toetreding bekend werd.

Voor Bulgarije zelf kan de euro meer integratie, lagere leenlasten en economische groei opleveren. Voor rijkere eurolanden, waaronder Nederland, wegen volgens critici de nadelen zwaarder: één rente voor uiteenlopende economieën maakt noordelijke landen medeverantwoordelijk voor buitenlandse risico’s; er ontstaat mogelijk een netto stroom aan koopkracht richting zuid en oost, vakanties in Bulgarije zouden duurder kunnen worden, en Bulgarije krijgt stemgewicht in de ECB, wat de beleidsbalans kan verschuiven. Binnenlandse politieke reacties in Nederland waren beperkt: minister van Financiën Eelco Heinen publiceerde in juni 2025 geen bezwaar tegen toetreding. Kritische stemmen betreuren dat besluitvorming te veel op EU-instituten leunt en onvoldoende rekening houdt met lokale onvrede en lange termijnrisico’s.